Alle dingen ten goede (Rom. 8:28)
Gemeente,
Deze tekst is een van de meest opmerkelijke, een van de meest diepe en een van de meest
troostvolle teksten in de bijbel. Er is in het leven niets heerlijkers wat je voor jezelf
kunt weten dan dat alle dingen meewerken ten goede.
Iedereen heeft in zijn of haar leven wel te maken met tegenspoed, vragen,
teleurstellingen. Er komen nogal eens wat waaroms naar boven. Vooral als we in aanraking
komen met bijzondere rampen, komen de vragen naar boven. Een man verongelukt, 35 jaar oud.
Hij is de vader van zes kleine kinderen. Het blijkt dat zijn vrouw het gezin niet zo goed
leiding kan geven. De kinderen ontsporen. Waarom moest dit ongeval plaatshebben?
Een godvrezende vader sterft plotseling. Je kijkt eens naar het huis ernaast. Daar woont
een goddeloze rijkaard die mensen oplicht en fraude pleegt. Als die nu eens was gestorven?
Was dat eigenlijk niet beter? Niet bijbelser? We lezen in de Schrift van die rijke dwaas
die schuren liet bouwen en meende dat hij goederen voor vele jaren had en de Heere zei:
Gij dwaas in deze nacht zal Ik uw ziel van u afeisen. Waarom blijft die trotsaard in
leven, doet hij anderen kwaad, terwijl die oprechte man nu uit zijn talrijk gezin wordt
weggenomen? Zijn de verhoudingen niet helemaal scheef?
U kijkt eens voor u in de kerk. Daar zit gezin waarvan u denkt dat er nooit problemen
zijn. De man heeft een baan, ieder is gezond, het inkomen stijgt, ze gaan meermalen per
jaar op vakantie, de man wordt gevraagd in de kerkenraad, hij is vrijmoedig in het spreken
over God en Zijn Woord. U kijkt naar uw eigen gezin. Wat een moeite. Het ene is nog niet
voorbij of het andere dient zich alweer aan. Ziekte, zorgen in de opvoeding,
werkeloosheid, depressies. Inwendig bent u jaloers. Ja, die mensen hebben makkelijk praten
over God en Zijn leiding in hun leven. U ziet dat allemaal niet zo. U bent het er niet mee
eens. U voelt medelijden met uzelf. Weet God alles wel? Is alles wel in Zijn handen?
Vergist God Zich niet? Is Hij wel zo goed als mensen soms zeggen? Is Hij wel helemaal
eerlijk? Waarom?
Waarom moest die tiran van een man zijn trouwe, oprechte en godvrezende vrouw verlaten?
Via slinkse advocaten heeft hij ervoor gezorgd dat ze met financiële problemen
achterblijft, hij zet onderwijl de bloemetjes buiten en gaat samen met zijn nieuwe
vriendin op vakantie, gedraagt zich arrogant en hooghartig. Haar kind krijgt een ernstig
ongeluk en zal nooit meer volledig herstellen. Bovendien krijgt ze zelf het bericht dat ze
een ernstige ziekte heeft. Is God er wel?
Deze tekst heeft ons juist over de donkere kanten van het leven iets te zeggen. Het gaat
over alle dingen die gebeuren. Maar het tekstverband laat zien dat we daarbij toch vooral
moeten denken aan de nare kanten. Het gaat over het zuchten van de ganse schepping. De
wereld kreunt en kraakt. In alle verhoudingen zitten verschrikkelijke scheuren.
Nu schrijft Paulus dat alle dingen medewerken ten goede. Is dat een ongebreideld
optimisme, een geweldige aai over de bol om je gerust te stellen? Is dat zon
goedkope troost: "Alles komt wel goed"?
Het is goed om te zien dat in deze zin een beperking wordt aangebracht. Het gaat hier niet
over de wereld en de samenleving in het algemeen, maar over mensen, namelijk over degenen
die God liefhebben. Zijn dat alle mensen? Neen. We kunnen veel scheidingen en
onderscheidingen maken. Je kunt mensen indelen naar hun inkomen en dan verschillende
groepen hanteren. Je kunt mensen indelen naar de streek waar ze wonen, de kerk waar ze lid
van zijn, de aantallen boeken die ze lezen, de hoeveelheid koffie die ze drinken, de
hoeveelheid kilometers die ze reizen, er worden heel wat onderzoeken gedaan. Maar
uiteindelijk gelden er maar twee categorieën, namelijk mensen die God liefhebben en die
Hem niet liefhebben. Christenen kunnen onderling op talloze punten verschillen, maar
hierin komen zij overeen dat zij de Heere liefhebben.
Dan zit het met ons wel goed zeker? Hebben alle kerkmensen God lief? Wij vloeken niet, wij
lezen in de bijbel, wij leven naar Zijn geboden zo goed en kwaad als dat gaat, we bidden
ook tot God, we hebben er niets tegen om op zondag naar de kerk te gaan. In zekere zin
horen wij allemaal bij God. De mensen buiten de kerk zullen van ons denken dat wij
allemaal mensen zijn die God liefhebben. Zijn wij dan mensen die God liefhebben?
Wat is liefde? Is het liefde als een meisje van een jongen houdt, omdat hij haar altijd
zulke mooie cadeautjes geeft? Is het liefde als wij God liefhebben, omdat Hij ervoor kan
zorgen dat wij slagen voor ons examen, weer beter worden, een voorspoedig leven leiden en
er voor kan zorgen dat we zelfs in de hemel komen? Dat is geen liefde. Dat is God voor je
karretje spannen. Dat is alleen maar zelfliefde waarbij God dan mooi een handje kan
helpen. Dat is puur egoïsme met een religieus sausje erover.
Neen, liefde draait niet om jezelf. Liefde vraagt zich niet af: hoe word ik beter van de
ander? Hoe voel ik me gelukkig door de ander? Liefde is zelfverloochening. Liefde is
onbaatzuchtig. Een meisje heeft haar jongen echt lief als ze ook van hem houdt als hij
failliet gaat, of als hij heel ziek wordt en ze niets meer van hem krijgt, maar alles moet
geven. Liefde tot God wil zeggen dat wij Hem niet kunnen missen, ook als Hij ons heel veel
doet missen. Had Levi Jezus lief? Ja. Toen Jezus hem riep in zijn tolhuisje stond hij
dadelijk op, liet zijn baan en toekomstperspectieven achter zich en volgde Jezus.
Had de rijke jongeman Jezus lief? Neen. Hij had wel een zekere liefde voor Jezus, in ieder
geval respect, maar geen liefde. Jezus stelde hem op de proef. Wat is je meer waard; je
boerderij of Ik? Althans de liefde voor zijn boerderij was meer dan voor Jezus. Liefde tot
God betekent dat Hij boven alles gaat. Als God niet meer is dan je vader en je moeder, je
zoon of je dochter heb je God niet lief...
Het is niet zo vanzelfsprekend dat u en ik God liefhebben. Het gaat zelfs een stapje
verder. Bij God is geen neutraliteit mogelijk. Je kunt niet zeggen; ik heb God weliswaar
niet lief, maar ik heb ook niets op Hem tegen. Ik sta min of meer neutraal tegenover Hem.
Dat kan tegenover je buurman, maar niet tegenover God. Zo zie je het misschien zelf, maar
de Heere ziet het anders. Wie niet voor Hem is, is tegen Hem. Wie God niet liefheeft,
heeft diep in zijn hart haat tegen God. Rom. 8:7.
Dat is onthutsend. Brave kerkmensen kunnen vijanden van God zijn. We moeten zelfs zeggen;
zonder wedergeboorte is iedereen dat. Er is niemand die God zoekt. Door Gods Geest ga je
dat ontdekken. Hij legt de wortel van je hart bloot. En dan ga je ontdekken dat de wortel
van je zonden, je roddel, je onnadenkende gebed, je vergeten van de Heere, je geldzucht,
je drift, je hoogmoed, je leugentje is vlees, vijandschap tegen God en daarom onderwerp je
je niet aan Gods wet. Ieder die God liefheeft, weet dat hij Hem eerst niet liefhad.
Door de wedergeboorte van de Heilige Geest gaan we God liefhebben. De Heilige Geest stort
liefde uit in je hart. Liefde is altijd een wonderlijk geheim. Het is een grondtoon in je
leven. Het bezet je denken, willen, voelen, handelen, verlangens. Liefde tot God is nog
wonderlijker dan de liefde tot je meisje. Liefde is niet wat opvattingen over God
aannemen. Het is niet geloven dat er zoiets als een goddelijke macht is. Neen, dat doet de
duivel ook. Die heeft er nog emotie bij ook want hij siddert. Liefde tot God bezet je
helemaal. Het geeft richting in je leven. Het is beslissend bij alles wat je doet. Het is
de wortel waaruit je alles doet.
Dan verbleekt alles in vergelijking met God. We kunnen Hem niet meer missen. Wat is
liefde? Heel eenvoudig kun je zeggen dat liefde verlangen is. Liefde wil bij de Geliefde
zijn. Die vindt het heerlijk om met de geliefde te praten. Wie God liefheeft zoekt Zijn
aangezicht in het gebed. Die vindt het heerlijk om met de Heere te "keuvelen",
en zijn hart voor Hem te openen. Als je een brief krijgt van je meisje, lees je die
nauwkeurig. Zo onderzoek je het Woord van God.
Als we God liefhebben, dan krijgt alles van God voor ons glans. We raken betrokken op Zijn
eer. Ons hart veert op als er een goed gerucht van de Heere wordt verspreid. Als we zien
dat Hij werkt. We leven van zondag naar zondag, omdat dat de dag van de Heere Jezus is,
waarop Hij is opgestaan. We hebben liefde tot de kinderen van God. Het doet ons
daarentegen innig verdriet als Gods Naam tekort komt in kerk en samenleving, gezin of
familie.
We krijgen God lief ook in Zijn heiligheid. We haten de zonde, te beginnen van onszelf. We
worden moe van ons zondige hart. Hoe lief heb ik Uw wet, zij is mijn betrachting de ganse
dag. We krijgen ook Zijn rechtvaardigheid lief die zegt: vervloekt is een ieder die niet
blijft in al hetgeen geschreven is in Zijn wet. We billijken het vonnis over ons eigen
leven. Van nature hebben we alles tegen Gods soevereiniteit. We vinden dat maar een
verschrikkelijk besluit. Maar liefde tot God betekent dat we zelfs in de leer van Gods
verkiezing en verwerping heerlijkheid gaan zien. Hebt u God lief? En jij?
Met grote stelligheid en zekerheid schrijft de apostel Paulus: Wij weten dat alle dingen
medewerken ten goede. Als hij zou zeggen: Wij hopen. Wij vermoeden. Neen, zo vaag is het
voor de apostel niet. Hij spreekt met krachtige overtuiging: Wij weten. Het is een
geloofsuitspraak. Mensen kunnen zeggen: Je weet nooit waar het goed voor is. Maar het
geloof gaat verder en zegt: Wij weten (!) dat alle (!) dingen medewerken ten goede.
Zeker in onze tijd valt de toon van Paulus uit de toon. Toen in de middeleeuwen een derde
van Europa door de pest omkwam, waren er niet zoveel waaroms als in onze moderne cultuur.
Als het goed gaat heeft niemand het ergens over, maar als er een verschrikkelijk ongeluk
gebeurt, is het al snel: Waar was God? Wij zijn zo gewend, en verwend, dat we alles naar
onze hand kunnen zetten, dat we het niet kunnen uitstaan dat er lijden is waartegen wij
niet zijn opgewassen. Wij zijn dan ook snel met het oordeel dat het lijden geen zin heeft.
En waarom zou je het lijden dan niet zien te voorkomen, desnoods door moord? Met grote
overtuiging spreekt Paulus hier uit dat het lijden niet zinloos is.
Dit woord van de apostel is niet alleen opvallend in het licht van onze cultuur, maar ook
in het licht van de bijbel. Moet je niet zeggen dat alle lijden gevolgen is van de zonde?
Door de zonde van Adam is de dood in de wereld gekomen en alles wat bij de dood hoort aan
ziekten, rampen, tegenslagen. Tegenspoed heeft te maken met het oordeel van God. Dat is
toch iets van Gods straf, iets van Zijn gerechtigheid? Voorspoed heeft te maken met Gods
gunst. Dat is Zijn zegen. Het is opvallend dat Paulus zo dat lijden in deze tijd niet
plaatst. Voorspoed is niet altijd een zegen. We kunnen er ook in verdrinken en verstikken.
Dat wil overigens niet zeggen dat het niet waar is. Zondebesef geeft ons een heel andere
visie op de moeiten en het verdriet. Als we ons zondaar voor God weten verwonderen we ons
niet dat het kwade goede mensen treft, maar dat het goede kwade mensen treft.
Toch heeft Paulus in deze tekst een andere benadering. Hij plaatst het lijden niet in het
licht van de zondeval die in het verleden heeft plaatsgevonden. Maar hij plaatst in deze
tekst het lijden in het licht van de toekomst. Alle dingen, ook het lijden, zal meewerken
ten goede. In het licht van de wederkomst hebben alle dingen een plaats.
Is dit niet te weinig realistisch? Is dat een oppervlakkig optimisme dat alles goed komt
en dat met de wereld alles in orde zal komen? Doet dit niet tekort aan de verschrikking
van het lijden? Is het eigenlijk geen ontkenning van de diepten waardoor mensen heengaan?
Kun je zomaar zeggen dat alle dingen iets goeds hebben? Is dit niet de taal van een groot
theoreticus die persoonlijk nog nooit in diepten is geweest? Is dit geen oppervlakkig
gepraat waar je in de praktijk van het weerbarstige leven toch niets mee kunt? In ieder
geval is Paulus geen theoreticus. Hij troost anderen met de troost waarmee hij zelf is
getroost. Als hij zegt dat hij het weet, weet hij het uit eigen ervaring. Er zullen weinig
mensen zijn die dezelfde tegenslagen hebben meegemaakt als hij. Paulus vertelt dat hij
vijfmaal 39 stokslagen heeft gekregen. Wie heeft er zoveel in gevangenissen doorgebracht
als hij? Drie keer is hij gegeseld. Drie keer leed hij schipbreuk. Hij is zelfs een keer
gestenigd. Hij heeft ontberingen geleden, hij weet van honger en koude, hij was in gevaren
van struikrovers, heidenen, woestijnen en zijn eigen volksgenoten die hem verdacht
maakten. Neen, het is geen theorie van de studeerkamer, maar een door en door praktische
benadering.
Paulus zegt ook niet dat niemand zich zorgen hoeft te maken. Zijn toon is niet
luchthartig. Hij zegt niet goedkoop en oppervlakkig dat alles in de wereld wel weer op
zijn pootjes zal terechtkomen. Het is met de wereld niet in orde en het komt met de wereld
niet in orde. De wereld ligt in het boze. De duivel is de overste van deze wereld. Met de
wereld zal alles verkeerd gaan.
Paulus ontkent evenmin het kwaad in het lijden. Hij zegt niet dat lijden eigenlijk niets
voorstelt en dat we ons niet zo aan moeten stellen. Hij zegt niet dat het lijden als
zodanig goed is. Hij verheerlijkt het lijden niet. Als dat het geval zou zijn, dan zou
hier een oproep in liggen opgesloten om jezelf te kastijden en het lijden te zoeken. Dan
zou je eigenlijk geen pijn mogen voelen onder het lijden, omdat het lijden zelf goed is.
Dan zou het evenmin uitmaken wie je bent, een christen of niet. Neen, Paulus verheerlijkt
niet het lijden als lijden. De moeiten en zorgen van het leven, vooral het lijden om de
naam van de Heere Jezus Christus is en blijft lijden. We mogen de pijn ervan gevoelen. De
Heere heeft ons niet geschapen als een blok beton dat overal tegen kan en nooit kreunt en
"au" zegt. We mogen ook ons verdriet voor de Heere uitsnikken en Hem om Zijn
hulp en bijstand vragen. Paulus ontkent en verheerlijkt het lijden niet, maar hij spreekt
geloofstaal. Niet de dingen die ons overkomen zijn doorslaggevend, maar de manier waarop
wij erin staan. Ook die heel pijnlijke dingen zijn voor de gelovigen ten goede. Ook die
dingen die absurd lijken te zijn en waarin de gelovigen geen enkele zin kunnen ontdekken,
zijn ten goede.
Hij zegt wel dat voor Gods kinderen het lijden perspectief heeft. God heiligt, overwint,
het kwaad zodat het goed wordt. En ten goede is. Het is te vergelijken met een oud
horloge. Als u de achterkant openmaakt, dan ziet u daar een ingewikkeld raderwerk van
grote en kleine radertjes die constant in beweging zijn. Als u nauwkeuriger kijkt, ziet u
dat er ook radertjes tegengesteld draaien aan de draairichting van de wijzers op de
horlogeplaat. En toch kunt u die tegendraadse radertjes er niet uit halen. Ze hebben een
plaats in dat grote raderwerk. Zo is het met die tegenstrijdige dingen in het leven der
genade. Ze hebben een plaats, ze zijn dienstbaar aan het goede, het grote doel van God en
het heil van de ziel.
Je moet zelfs een stap verder gaan; God beheerst dat kwaad niet alleen, maar Hij heeft het
ook in Zijn hand. God is niet een vader die altijd met de portemonnee klaar staat om weer
een ijsje te kopen voor zijn kinderen, en dan stroopwafels, en dan nieuw speelgoed. God
verwent Zijn kinderen op aarde niet. Hij geeft niet direct wat zij wensen. Neen, Hij
kastijdt Die Hij liefheeft en geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Tot hun nut.
Gods zorg voor Zijn kinderen is niet af te lezen aan de omstandigheden. Je kunt niet
zeggen: Die heeft veel voorspoed, dus God zegent hem. Of: die heeft veel tegenspoed, die
zal wel bijzondere zonden hebben gedaan. Jozef had tegenslag op tegenslag. Hij werd
uitgescholden en gekleineerd. Hij kwam in de put terecht. Hij werd verkocht als slaaf naar
Egypte. Daar kwam hij tenslotte terecht in de gevangenis wegens de beschuldiging van
overspel. Alles leek wel tegen hem te zijn. Zijn broers hadden ook echt geen goede
bedoelingen toen zij hem in de put wierpen en als slaaf verkochten. Zij hadden het ten
kwade gedacht, maar het was de weg van de Heere om Jozef in Egypte te krijgen, opdat hij
daar op de juiste tijd als onderkoning aan de regering zou komen. De broers hadden het ten
kwade gedacht, maar God had het ten goede gedacht. Terwijl Jozef nog dacht dat alles
verkeerd ging, was de Heere reeds bezig om zijn heerlijk plan te voltooien.
Geldt dat voor alle dingen in het leven? Hoe zit het dan met de zonde van een kind van
God? Als dit zo is, dan kan een kind van God net zoveel zondigen als hij wil? Maakt het
dan niet meer uit hoe een christen leeft? De zonde is toch lijnrecht tegen de wil van God
in? De zonde is kwaad, kan dat ten goede zijn? In ieder geval kan een kind van God nooit
goed van de zonde denken. Dat is het klaarste teken dat hij God niet liefheeft. Liefde tot
God geeft een afkeer van de zonden. Het doet gebukt gaan onder de zonde. We zijn bekommerd
vanwege onze zonden. We kunnen er niet op los zondigen. Ons lichaam is immers een tempel
van de Heilige Geest.
Maar is het dan toch zo dat de zonde een plaats heeft in Gods plan? Dan geef ik een heel
gevaarlijk antwoord: Ja. En toch is God zo geweldig machtig dat Hij de zonde een plaats
weet te geven in het raderwerk van Zijn genade. Hij overwint het kwade door het goede. De
Schrift geeft ons daarvan de voorbeelden. David zondigde met Bathseba. Die zonde heeft hij
zichzelf nooit kunnen vergeven. Maar dieper dan ooit heeft hij de heerlijkheid van Gods
genade zien schitteren en de schoonheid van de reinheid. Dieper dan ooit welden de tonen
van boetvaardigheid uit de diepten van zijn ziel op. Gods kinderen van alle tijden zijn er
verwonderd over hoe trefzeker hij de diepste roerselen van hun ziel onder woorden heeft
gebracht in Ps. 51.
Petrus heeft zijn Meester op een verschrikkelijke manier verloochend. Het was afschuwelijk
dat hij publiek ontkende dat hij iets met Jezus had te maken. Als Jezus hem toch eens bij
Zijn Vader had verloochend. Dan was Petrus voor eeuwig verloren. Maar Jezus zag Petrus
aan. Met ogen vol ontferming en liefde. Petrus ging door de grond. Hij weende bitter.
Voortaan is hij een toontje lager gaan zingen. Hij had het niet meer zoveel over zijn
geloof en zijn liefde, maar over de trouw en de liefde van God. Hij had door deze
struikeling levenslessen geleerd. Nimmer had hij zo diep gezien wat de liefde van zijn
Meester was. Wat een diepte in de hart van de Heere Jezus. Liefde die de zonde bedekt.
Liefde die zo geduldig is. Liefde die niet kan worden uitgeblust door onze zonden en
ontrouw.
Paulus heeft een verschrikkelijk leven achter de rug als braaf kerkmens. Hij ijverde
geweldig voor God, meende hij. Maar het was zon blinde ijver. De Heere heeft hem
beetgepakt en zijn leven in het juiste licht geplaatst. Als er iemand met kracht en gloed,
vanuit ervaring, heeft verkondigd dat de wet ons niet zalig maakt, maar verdoemt, dan was
het Paulus wel. Als iemand de geweldige tegenstelling tussen wet en evangelie, werken en
geloof heeft doorleefd en zo vanuit zijn hart verkondigd, dan was het de apostel.
Als Hij Zijn kinderen de zonde laat zien, krijgt genade almeer heerlijkheid. Het bloed van
Jezus Christus dat reinigt van alle zonde schittert. De liefde van God Die deze wereld zo
heeft liefgehad wordt geroemd. Wat weten we van genade als we zonde niet kennen? Wat weten
we van Gods trouw als we eigen ontrouw en ongeloof niet beleven? Wat zien we van Gods
troost als we zelf niet bitter wenen? Wat betekent verlossing als we niet weten wat
benauwdheid is? Ons ongeloof brengt Zijn trouw aan het licht.
Wat een geweldige Vader in de hemel hebben Gods kinderen dan! Dit is een en al prediking
van Zijn trouw, Zijn grootheid, Zijn heerlijkheid. Hij is nimmer verlegen met de situatie.
Hij is zo geweldig groot dat Hij het kwaad van het lijden en het kwaad van de zonde een
plaats weet te geven in het rijk van Zijn genade. Hij staat zo geweldig ver boven de
duivel, dat ook deze nog in Zijn dienst wordt genomen. Zelfs de verschrikking van de dood
neemt Hij weg door deze in dienst van Zijn koninkrijk te nemen. Kortom, wij kunnen zo
scheef niet gaan of Hij weet ons te helen. Hij overwint het kwade door het goede. Onze
nood, angst, lijden en ongerechtigheid is groot, maar Gods genade staat daar als een
indrukwekkende koepel overheen.
Deze Vader heeft een hart voor Zijn kinderen. Hij is altijd bezig om het goede voor hen te
zoeken. Achter alles wat hen in het leven overkomt, is Zijn trouwe Vaderlijke zorg bezig.
Aardse vaders zijn zorgzaam. Die laten hun kinderen niet in lompen lopen en een moeder
laat haar kind niet het vuil omkomen. Toch kan van aardse vaders niet worden gezegd dat
zij altijd bezig zijn en dat zij alles in de hand hebben. Er zijn zoveel dingen die hen
ontgaan, zoveel situaties die zij niet in de hand hebben, zoveel andere zorgen die hen
bezig houden. Maar van de Heere is te zeggen dat Hij alleen maar bezig is om het goede
voor Zijn kinderen te zoeken. Hij heeft daartoe ook alle mogelijkheden. Nooit, maar dan
ook helemaal nooit, heeft Hij niet het goede met hen voor. Hij zorgt zo geweldig voor hen.
Hij weert het kwade of Hij keert het ten goede. Wat een bron van vertroosting. Wat een
reden om God te loven. Om verwonderd te zijn over Zijn trouwe zorg. Wat een reden is om er
bij zon all-risk verzekering altijd verheugd en onbezorgd door het leven te gaan.
Beleven Gods kinderen het ook altijd zo? De praktijk is weerbarstig. Gelovigen blijken
deze troost niet in hun zak te hebben. Het is geen pilletje dat je inneemt en je schudt
alle angst van je af. Het is niet gemakkelijk om te geloven dat je de oorlog wint, als je
verlies op verlies lijdt. Geloven dat alles goed is, terwijl alles bij de handen afbreekt.
Geloven dat je heiliger wordt, terwijl je je onheiliger voelt. Jacob zei tegen farao: Al
deze dingen zijn tegen mij. Een kind van God zegt wel eens: Zou de Heere wel weten van
mijn droevig lot? Zou Hij Zijn genade vergeten? Nooit meer van ontferming weten? Hebben
Zijn barmhartigheden een einde? En dan de duivel: Meen jij dat je een kind van God bent,
dat God je hoort? Is dit nu Gods liefde? Kan dit samengaan met Gods zorg? Soms lijkt het
alsof de hemel van koper is. Alsof de Heere niet hoort en Hij er zelfs niet is. Wat is dat
verschrikkelijk. Wat een eenzaamheid en verlatenheid en vertwijfeling voel je dan van
binnen in je hart. Je kunt opstandig zijn, morren en mokken, je zelfmedelijden koesteren
en klagen. Wat is dat toch erg dat we zoveel trouwe zorg van de hemelse Vader wantrouwen.
Als we ons niet geborgen weten door Hem. Wat komt Hij aan ons tekort! Vreselijk!
Als echter de lichtstralen van dit Woord door de kracht van de Geest in je donkere ziel
doordringen, verdwijnen de nevels en schijnt het licht over de kloven en rotsen van moeite
en zorg heen. Je ziet donkere schaduwpartijen, maar het doorbrekende zonlicht in het
berglandschap is een adembenemend gezicht. De grimmigste rotsen schitteren in het licht.
Wat een ruimte mag je dan zien in het vaderlijke hart van God. Wat een verwondering over
en aanbidding van Zijn trouwe zorg. Het overweldigt je. Het lijkt wel te groot om waar te
zijn. Overal zit Zijn liefde en zorg achter. Zijn dan die smartelijke gebeurtenissen in je
leven ten goede? Is dan die pijnlijke smaad en hoon, de trots van een smader ten goede? Is
het dan ten goede als de duivel je zwakke plekken weet te vinden en je zo meedogenloos kan
treffen met zijn verwijten en aanklachten? Is het dan ten goede dat je door zulke diepten
van psychisch lijden heengaat? De gelovige heeft er maar al te veel moeite mee, maar het
geloof mag nochtans zeggen: "Ja Heere". Het doet je bij elke gebeurtenis vragen:
Wat is de bedoeling van mijn hemelse Vader?
Dan komt er ook gelijk antwoord op de vraag wat het goede dan is. Is het mijn prettige
gevoel? Neen. Is het mijn gezondheid? Neen. Het ontbreken van zorgen en stress? Neen. Het
goede is niet dat mijn situatie verandert en de pijn wordt weggenomen. Het goede is niet
wat men aan mijn situatie kan aflezen. Het goede is wat goed is in Gods koninkrijk. En dat
is niet van deze wereld.
Wat is dan goed in Gods koninkrijk? Het kan zijn dat je door de moeite in je leven
harthandig wordt wakker geschud en merkt dat hij zo los en oppervlakkig leefde. Je meende
je christelijke leven zelf wel te kunnen leven, maar nu blijkt je afhankelijk. Er komt een
nieuw gebed in de diepte van je ziel. Er komt een verbroken hart, vanwege al die
oppervlakkigheid en traagheid. Tijden van beproeving zijn vaak tijden van ontdekking
waarin de akelige krochten van ons hart opengaan en we erin afdalen. We ontdekken hoeveel
vlees erin ons geestelijke leven was. We zien hoe arglistig en dodelijk ons hart is.
Pijnlijk leren we dat er uit ons geen vrucht is er in der eeuwigheid. Zo slijpt de Heere
de diamanten van Zijn genade. We worden op de Heere Zelf geworpen. We ontvangen niet
alleen kennis over God, maar kennis van God Zelf. Dieper dan ooit blikken we in Zijn hart.
We horen de golfslag van Zijn ontferming. Nimmer ontdekten we zoveel van Zijn tere liefde
als juist in dagen van smart en kruis. De rijkdom van Zijn medelijden, Zijn geduld en Zijn
liefde schittert in tijden van druk. Dan is er zoveel smaak van Gods liefde in ons hart
dat we dit niet graag hadden willen missen. Het zijn momenten dat we aan Gods hart worden
gedrukt en Hij ons brengt in Zijn binnenkamer. Hij haalt ons hart uit en we mogen blikken
in Zijn hart.
Dan zijn we als de bergbeklimmer die na veel moeite en inspanning eindelijk en zuchtend op
de top van de berg geniet van het geweldige uitzicht. Zo is het met de christen die in de
weg van aanvechting en beproeving de rijkdom van deze tekst peilt. Die in de weg van
intense worsteling tot de triomftaal van het geloof mag komen: In Christus zijn we meer
dan overwinnaars door Hem Die ons zo uitnemend heeft liefgehad.
En dat alles is voor degenen die Hem liefhebben. Is dat niet een al te wankele grond? Rust
deze troost op mijn oprechte liefde voor de Heere? Ik voel zoveel dodigheid. Er is zoveel
buiten mij en in mij dat deze liefde blust. Het is alsof Paulus nadat hij deze geweldige
vergezichten heeft geopend zich haast om er nog iets bij te voegen. Wie zijn degenen die
God liefhebben? Dat zijn degenen die Hij geroepen heeft naar Zijn voornemen. Dit is niet
zomaar een loos aanhangsel. Neen, het bevat een geweldige troost en plaatst de hele tekst
in een nog breder geheel.
Niet onze liefde voor de Heere is beslissend. Niet ons voornemen om de Heere te dienen,
maar Zijn voornemen om ons te roepen uit de duisternis is beslissend. Dat voornemen
wisselt niet en is niet afhankelijk van stemming en gevoel. Dit is vast. Ons liefhebben
van Hem is Zijn zaak. Het sluit onze verdiensten en inbreng uit. Een natuurlijk mens moet
hier niets van hebben. We steigeren tegen Gods voornemen, omdat we God haten. We haten God
omdat we van Zijn voornemen niet willen weten.
Hoe gaat dat? Is dat de algemene roeping onder het evangelie die tot alle zondaren komt?
Brengt die mensen tot het geloof? Brengt dat tot geloof als het maar indringend en ernstig
genoeg gebeurt? Neen, de algemene roeping brengt niemand tot liefde tot God. De roeping
gaat verder dan het algemene aanbod van Gods genade. Door de algemene roeping heen werkt
de Heere de persoonlijke roeping. Zoals bij Lydia. De Heere opende onder de preek van
Paulus het hart van Lydia. Krachtig, persoonlijk, liefde-wekkend roept Hij. Hij doorkruist
ons leven. Hij legt beslag op ons.
Over dat voornemen gaat het. Zoals elke bouwer heeft God een plan gemaakt. God heeft
eeuwig het initiatief genomen om deze wonderen te doen. Hij heeft Zich eeuwig voorgenomen
om Christus naar deze wereld te zenden. Hij heeft ten tijde van het OT alle
voorbereidingen voor deze komst gemaakt. Hij heeft Zich eeuwig voorgenomen om de Geest te
zenden. Hij heeft Zich voorgenomen dat Christus zal wederkomen en er een nieuwe schepping
zal worden geboren. In dat grootste plan van God heeft ook de persoonlijke roeping van
zondaren een plaats. In dat plan hebben ook alle verdrukkingen een bedoeling. Altijd is
Hij bezig dat Godsgebouw te doen verrijzen.
Met het spreken over Gods voornemen plaatst de apostel ons hele leven in het totaal van
Gods plan, Gods wil, God Zelf, Gods liefde. Gods kinderen zijn het voorwerp van Zijn zorg.
Ze zijn Zijn sieraad. Hij is daar zuinig op. Hij zal nooit Zijn plan bijstellen of laten
verijdelen. Geen duivel kan dit. Wat vijand tegen Hem zich kant, Zijn raad zal bestaan en
Hij zal al Zijn welbehagen doen. God zal geen God zijn als Zijn werk niet wordt
voleindigd. God brengt heil door alles heen. Het valt niet tegen te houden. Kwade dingen
verhinderen niet alleen Gods plan niet, maar bevorderen Gods zaak. Uiteindelijk werkt
alles er aan mee. Hier gaan de schoenen van onze voeten. We vangen een glimp op van de
diepste geheimen van de eeuwigheid.
Wat zal er in de eeuwigheid opengaan als we het borduurwerk van Zijn genade mogen zien! We
komen ogen tekort om de wijsheid van God te zien en te bewonderen. Zijn genade, Zijn
almacht, Zijn trouw, Zijn wijsheid zal overweldigend schitteren. Heilig zijn o God Uw
wegen.
Er zit ook een keerzijde aan deze tekst. De tekst maakt een nadrukkelijk voorbehoud. Dit
is de troost van degenen die de Heere liefhebben. Maar als we Hem nu niet liefhebben? Als
Hij niet de eerste is in ons leven? Dan zijn alle moeiten en zorgen niet tot ons nut! Dan
brengt het ons niet tot de kennis van God. Dan is de aardse smart een beginsel van de
eeuwige smart. Dan staat alle tegenspoed en alle voorspoed onder Gods vloek! We misbruiken
de zegen tot een vloek. Die vloek achtervolgt ons overal. In ons eten en drinken, ons
slapen en studeren, ons leven en ons sterven. Er is niets tot ons voordeel, maar alles is
tot oordeel. O vreselijk!
Dan mogen wij de vraag stellen: Horen wij bij de verkorenen? Denk nimmer over Gods raad
zonder Zijn Woord. Let op de vruchten: is er geloof? Is er hongeren en dorsten naar de
Heere Zelf? Is er de diepgewortelde droefheid over de zonde? Ontbreken deze vruchten? Neem
als een onvruchtbare de toevlucht tot de Vruchtbare, Jezus Christus. Hij zegt ook vandaag:
Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Belijd dat u altijd de Heere en Zijn plan
hebt verworpen. Jezus Christus werd verworpen, opdat verwerpers worden aangenomen.
literatuur: Borghardt, CdenBoer, Calvijn, Lloyd-Jones, Kohlbrugge, Knap, Edwards, Spurgeon
(159), Sevenster, Philpot.