Een lentepreek (Ps 104:30)
1. De lente van de schepping.
Inmiddels is de lente weer aangebroken. We zien vele soorten kleuren ontluiken. We horen de vogels fluiten. De ene boom bot eerder uit dan de ander. De berken gaan de beuken voor. De Japanse kers is al bijna uitgebloeid, terwijl de eik alleen nog maar knoppen heeft. Toen ik vrijdagavond over de Veluwe reed en al die bomenpracht op mij liet inwerken, wist ik de tekst voor de preek van deze morgen.
Onze tekst spreekt over de vernieuwing van het gelaat van de aarde. Het woord "gezicht" van de aarde is ons meer bekend. Het gezicht is de identiteit van iemand. Daaraan herkennen wij elkaar. Misdadigers die met een foto in de krant komen, wordt een gedeelte van hun gezicht, in het bijzonder hun ogen, afgeplakt, opdat wij ze niet zullen herkennen. Zo verandert het gelaat, het gezicht van de aarde. Het wordt een heel nieuw gezicht.
In onze tekst heet dat een vernieuwing van het gelaat van de aarde (Adam; stuk grond tot en met de hele wereld). Wanneer gebeurt dat? U kunt denken aan het opkomen van de zon iedere morgen. Dan verdwijnt de duisternis van nacht en dan verandert het gezicht van de aarde. Het is dan een heel ander gezicht. U kunt ook denken aan de lente. Wat een verandering als na kille donkere bewolkte dagen de ijskorst van de aarde ontdooit en na zoveel kaalheid en doodsheid de takken opnieuw uitlopen. We kunnen ook denken aan de ontvangenis van elk nieuw leven en de geboorte. We kunnen ook denken aan de opstanding uit de doden. Wat zal dat een machtig moment zijn als hier op de Dalwagenseweg al die graven opengaan, op de Markstraat waar onze geliefden zijn begraven. Als ze zullen opstaan met een nieuw lichaam als Jezus. Als de hele wereld door de wereldwijde kosmische rampen heen, door het vergaan van deze bedeling en vorm, als de elementen brandende zullen versmelten een nieuwe aarde tevoorschijn zal komen. Wat zal die er anders uitzien dan deze aarde. Het gelaat van de aarde wordt vernieuwd.
Het is u wellicht opgevallen dat in de regel van onze tekst ook het woord "scheppen" staat. U bent inmiddels wel zo bekend met het bijbelse spreken dat u weet dat in deze twee verschillende woorden hetzelfde wordt gezegd. Het belicht een ander aspect van dezelfde zaak, maar het gaat over hetzelfde. De vernieuwing van het gezicht van de aarde is dus niets minder dan scheppen. Het is precies hetzelfde woord dat wordt gebruikt in Gen. 1:1. Dat betekent dat de lente niet minder een wonder is dan de eerste schepping van hemel en aarde. Elke dag is een nieuwe schepping van de Schepper.
Het heet Gods scheppen. U begrijpt dat Gods scheppen helemaal vrijwillig gebeurde. Niemand heeft tegen God gezegd dat Hij dat moest doen. Hij kon het ook niet doen. God is volstrekt vrij om te scheppen of niet te scheppen. Zo vrij is God om elke nieuwe dag te laten beginnen of niet te laten beginnen. Elke dag opnieuw beslist God dat het weer zal gebeuren. Stel je voor dat het niet zou gebeuren, dat God een seconde Zijn hand onder deze wereld vandaan haalde. Dan zijn we in een seconde allemaal verdwenen. We zijn stof. In het voorgaande vers gaat het erover; Als God Zijn aangezicht verbergt, worden wij verschrikt. Als Hij hun adem wegneemt, dan keren zij weer tot hun stof. Zo afhankelijk zijn we van de Heere.
Het is niet zo dat God de wereld heeft geschapen en dat Hij toen Zijn handen van deze wereld heeft teruggetrokken. Hij is geen klokkenmaker die een klok maakt en dan aan zichzelf overlaat. God is niet op een grote afstand van deze wereld, maar Hij bemoeit Zich daarmee van dag tot dag. Hij draagt zorg voor alles wat op deze aardbodem gebeurt. Wat een zorg beoefent de Heere over ons leven, nietwaar. Staan we daarbij stil? Of vinden we het eigenlijk maar weer heel gewoon dat de lente is aangebroken? Dat we deze nieuwe dag en deze nieuwe week weer mogen ingaan? Hoe gaan we met Gods schepping om? Buiten we die uit, of houden we Gods natuur schoon? Hebben we respect voor het leven, of gaan we er grof mee om? Salomo leert ons; De rechtvaardige kent het leven van zijn beesten.
Een volgende vraag die we kunnen stellen is deze; hoe schept God elke dag het nieuwe gezicht van de aarde? Dat doet Hij niet anders dan bij de eerste schepping. Wellicht herinnert u zich dat het tweede vers van de bijbel luidt dat de Geest van God over de wateren zweefde. De Geest van de God broedde op de aarde, zo mag je ook vertalen. Het is door de kracht van de Heilige Geest dat God schept.
Zoals in de eerste schepping, zo gaat het ook in de jaarlijkse schepping. Als God Zijn Geest zendt, dan worden zij geschapen. Het woord zenden heeft hier kracht in zich. God stoot de Geest uit en dan vindt door de Geest de schepping plaats. Het is door Gods Geest dat we de prachtige kleuren groen zien aan de bomen. Het is door de Heilige Geest de bloemen weer bloeien en de knoppen opengaan. Het is door de Heilige Geest dat we de heerlijke geuren in het bos weer ruiken. Dat de aarde weer ontwaakt uit de winterslaap, dat er weer leven komt uit dode bomen, is dus niet de levenskracht van die bomen of van de aarde. Neen, dat is een machtig geheim van de Heilige Geest.
De Heilige Geest versiert deze aarde. Alle schoonheid is van Hem. De Heere had allemaal dezelfde bomen kunnen scheppen, maar Hij heeft veel soorten bomen geschapen. Als de bomen er alleen zouden zijn om ons van zuurstof te voorzien, hadden we aan een soort boom genoeg. De Heere heeft veel soorten gegeven, opdat wij van de letterlijk veel-kleurige wijsheid van God zouden genieten. Wat is de Heere een groot architekt dat Hij dat heeft uitgedacht zonder een voorbeeld. Geest niet alleen in bekering, ook HS, JC en natuur.
De Heilige Geest geeft deze verscheidenheid niet alleen in de onbezielde schepselen, maar ook in de mens. Wat een rijke verscheidenheid is er onder de mensen. Er zijn rode, gele, zwarte en blanke mensen. En die blanke mensen zijn onderling ook weer zo verschillend. Er zijn er geen twee hetzelfde, terwijl er wel zo'n zes miljard op aarde rondlopen. U bent misschien van aanleg een exact denker, of juist een gevoelsmens. Je bent een vakman of veel meer aanleg voor talen. Misschien een verborgen talent voor muziceren of schilderen. Evenzovele gaven van de Heilige Geest. Het is verschrikkelijk als we Gods gaven misbruiken tegen Hem en ze in dienst van de zonde stellen.
Het woord dat hier staat voor Geest kunnen we ook vertalen door adem. Dan staat er in de tekst; zendt Gij Uw adem uit, zo worden zij geschapen. Wat is nu een adem? Je kunt het niet eens zien. Het is een handjevol lucht. Je doet het zo ongemerkt. Het kost volstrekt geen inspanning. Als God ademt, is er leven, schoonheid, lente, geboorte. Als God Zijn adem inhoudt, verdwijnt de schepping. Zo groot is Zijn adem reeds. Dan hebben we het nog niet eens over het werk van Zijn handen. Zjin rechterhand die door haar daden de wereld doet beven. Koninklijk gemakkelijk voor God om mens en marmot, mier en walvis te scheppen.
Gods adem is onze adem. Als God Zijn adem inhoudt, verdwijnt onze adem. Al is adem dan eigenlijk niets, dan is wel uw leven weg. Dan staat een hart stil, dan verdwijnen de krachten, dan komen de klachten, dan woekert de deling van cellen zo ongebreideld voort dat er geen kruid tegen is gewassen. Zo kwetsbaar is uw leven. Wij kunnen ons wel heel wat voelen, maar het mensenleven stelt echt niets voor. Het leven is een damp, een adem, zo vluchtig. Elke doodstijding tekent onze nietigheid, elke ademhaling Gods goedheid.
Tegelijk betekent dat hoe dichtbij Hij is. Wij hebben allen Zijn adem in ons. Onze adem is Gods adem. God is niet ver van een ieder van ons. We zijn geen God, maar we hebben wel allen iets van Hem in ons. God bemoeit Zich met de meest goddeloze. Hij geeft Milosevic kracht, wijsheid om Zijn goddeloze daden te kunnen uitvoeren. Zoveel zorg oefent Hij over hem uit, maar ook over u en over jou.
God geniet van Zijn werk (vers 31). Wij zijn Gods schepselen en blijven. Pleitgrond. Leeuw niet langer bedreiging.
U kunt een natuurkenner en -liefhebber zijn zonder geestelijk leven. Maar ik geloof dat anderzijds geestelijk leven inhoudt dat u Gods schepping almeer gaat bewonderen. Dan ziet u overal Gods hand en Zijn wijsheid en Zijn trouw. Dan is elke dag en elke ademhaling zo'n wonder. Dan roep je vol verwondering uit; Gods goedheid is verspreid op al Zijn werken. Bomen en zon elke dag een teken van Zijn aanwezigheid, van Zijn goedheid. In al die handelen zien we hoe goed God is. Ps. 136:1.
2. De lente van de herschepping.
Wat in deze tekst staat, geldt niet alleen voor de schepping om ons heen, maar zo gaat het in al Gods werken toe. De Geest Die werkt in de natuur, werkt ook in de ziel. Het is dezelfde Geest. Dat betekent dat wij Zijn manier van werken in het geestelijk leven kunnen herkennen in de natuur en andersom. Natuur en genade zijn niet volstrekt gescheiden werelden. Om deze reden vindt u in Gods Woord zoveel voorbeelden uit de natuur die de dingen van Gods koninkrijk duidelijk maken. Christus heet de Roos van Saron. Hij is een appelboom.
Zo heeft deze tekst ons vanmorgen ook veel te zeggen over de dingen van Gods koninkrijk. God zendt Zijn Geest. Het is Pinksteren. Het gelaat van de aarde wordt vernieuwd. God zendt Zijn Geest en het is Reformatie. God ademt en daar komen jongeren tot bekering. God ademt en daar wordt een oude vrouw helemaal nieuw. We willen die persoonlijke wedergeboorte vanmorgen nader uitwerken.
Ook geestelijk geldt dat het winter is. De ziel is koud en dood en onvruchtbaar. Er zit geen smaak en geen geur aan. Het zijn donkere dagen zonder licht. De ziel is bevroren, er zit een dikke ijskorst om ons hart. We kunnen niet zeggen dan ons hart brandt in ons, dat we warm worden en warm lopen voor de dingen van de Heere. Op zijn best zijn we brave kerkmensen, maar vanbinnen deugt het niet. Dat geldt niet voor sommige mensen, maar dat is het uitgangspunt van ieder mens en ieder onbekeerde. We kunnen ijverig zijn, en zelfs huisgodsdienst hebben en serieus leven, maar toch geestelijk dood zijn.
Deze winter gaat voorbij in de geestelijke lente. Die verandering vertoont veel overeenkomst met de lente in de natuur. In de natuur verandert niet alles van de ene op de andere dag. Aan de andere kant duurt het ook geen maanden. Je merkt ook dat het bij verschillende bomen in een verschillend tempo gaat. Er zijn bomen en struiken die in een enkele dag tot bloei komen, bij anderen gaat het ontzettend traag. Niet anders is het in de wedergeboorte. De verandering in het leven neemt een periode in beslag. Bij de een gaat het ook sneller dan bij de ander. Er zijn mensen die in een enkele dag of week zo krachtig tot verandering komen, dat het voor ieder duidelijk is dat ze zijn wedergeboren. Bij anderen daarentegen kan het een strijd van jaren zijn voordat het nieuwe leven werkelijk krachtig en fris doorbreekt.
Wanneer begint de lente? We zeggen dat dat begint op 21 maart, maar u voelt wel aan dat er meer aan de hand is dan zo'n prikdatum. Zo is het geestelijk ook. Wanneer is het uur van de wedergeboorte? Er is een uur van wedergeboorte. Tussen dood en leven is geen vaag tussengebied. Het is echter niet zo dat ieder het uur van de wedergeboorte moet kunnen aanwijzen. De eerste onrust in je leven is veelal nog geen wedergeboorte. Terwijl het moment dat je volledig zeker bent van je aandeel aan Christus in het algemeen na de wedergeboorte zal zijn. Iemand als Van der Groe zegt dat het een gruwelijke dwaling is om te zeggen dat je uur van wedergeboorte moet kennen. Dit betekent niet dat de wedergeboorte onbewust is. Als het lente wordt, merkt ieder dat. Als Gods Geest een nieuw fundament in je leven legt, merk je dat. Er was een tijd zonder de geestelijke dingen en nu is er een tijd met de geestelijke dingen. Wie in Christus is, is een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw.
Hoe komt de wedergeboorte tot stand? Niet anders dan de lente. In de lente ademt God over de natuur. Dat is het grote geheim. Niet in verlengde van mijn vasten, tranen en tradities. het is een scheppen van God. Het is iets nieuws, iets van boven. Zijn adem is genoeg om een jongen of een meisje wakker te schudden uit alle zekerheden. God blaast met Zijn adem over het Woord heen onder de prediking, of een zin uit de preek, of een woord van God komt in je gedachten terug, en dan doet het wat. Je kunt er niet meer van loskomen. Het raakt je dode hart. Het bezet je. Het wordt in je ziel geschreven. Het gaat je leven beheersen. Het krijgt de overhand. Je kunt het geen naam geven, je kunt het nog minder verklaren, maar het gebeurt. Je hebt er niet zelf voor gekozen, maar het komt over je. Het gebeurt met je.
Zo wordt het lente in de ziel. De dood wordt overwonnen en doorbroken. Wat gebeurt er dan? Welke gevoelens horen bij de wedergeboorte? Laten we enkele dingen onder ogen zien. Je realiseert je als nooit tevoren dat God er is. Daartegenover kom je tot de ontdekking dat je zelf een ziel hebt. Deze twee dingen gaan samen. Je komt tot de pijnlijke ontdekking dat je hebt gezondigd tegen God. Je meende altijd God te behagen, maar nu ga je jezelf vanuit een ander gezichtspunt zien. Je ziet niet de volle diepte ervan, maar zoveel voel je wel dat je Hem verschrikkelijk verdriet hebt gedaan. De Heere is zo goed, maar je hebt Hem buiten je leven gesloten. Hij heeft je geschapen tot Zijn eer, maar je hebt Zijn gaven besteed in dienst van de zonden en je eigen ik. Je hebt tot oneer van God geleefd. Je hebt Zijn wet verbroken. Je hebt niet beantwoord aan het doel van de schepping. God is zo goed voor jou, maar jij bent zo koel geweest tegenover Hem. Jezus is zo onbaatzuchtig, maar jij bent zo'n pure egoist. Er breekt iets van binnen. Je hart wordt week. Je kunt jezelf niet meer verontschuldigen en achter allerlei vrome excuses verschuilen. Je schaamt je diep tegenover de Heere. Je hebt niets om te betalen. Met een schok of geleidelijk kom je tot inzicht dat je Jezus nodig hebt.
De loten van het nieuwe leven botten uit. Wat prachtig als er een levende glans over je leven komt te liggen. Het begint heel klein en pril. De loten die zo groot beginnen zijn in het algemeen geen echte. Er komt eerste een groene waas over de ziel heen. Maar het is leven. Het zet wel door. Het valt niet tegen te houden.
De eerste loot die uitbot is de loot van het geloof. Wat is geloof? Het betekent dat je ziel opengaat naar God toe. Je ziel wordt gericht op Hem. Er komt vertrouwen in Hem. Al kun je Hem niet zien, Hij is meer werkelijkheid voor je dan ieder die je ziet. Je gaat ophoren van Gods evangelie. Je hebt het nooit van tevoren beseft, maar nu gaat het tot je doordringen hoe vriendelijk Gods aangezicht is. Je gaat verstaan hoe weergaloos ruim God in Zijn genade is voor zondaren. Je hebt dat altijd gehoord, maar je voelde je nooit een zondaar. Nu wordt het evangelie zo'n machtig wonder. Je kunt het bijna niet geloven, maar je moet het wel geloven. Er gaat een nieuwe wereld voor je open, de wereld van het evangelie.
De tweede loot die in je ziel uitbot is de loot van de hoop. Als je je zonden gaat ziet in haar verschrikkelijke karakter zou je wanhopig worden. Het zou niet de eerste keer zijn. Kain zag zijn zonden wel. Maar hij meende dat ze te veel waren tot vergeving. Hij vluchtte niet naar de Heere, maar van de Heere. Judas had berouw omdat Hij het onschuldig bloed had verraden. Hij nam een touw en verworgde zichzelf in bittere wanhoop. In de wedergeboorte kun je geweldig moedeloos worden. Je denkt; zou het voor mij wel kunnen? Zou het wel ooit goed komen in mijn leven? Heb ik niet te lang en te zwaar gezondigd? Is mijn hart niet te bedrieglijk? Je ziet naar alle schijn-heiligen in de bijbel en je durft niet te hopen dat het goed zal komen. Je bent bang voor goedkope geruststelling. En toch is er op de bodem van je ziel hoop. Geen hoop op jezelf, geen valse hoop op je werken of dromen, maar wel hoop op God. Ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar woord. Deze hoop bewaart je in de uren van de diepste ontdekking. Het verdrijft de zwaarmoedigheid. De hoop bloeit helemaal op als je zicht krijgt op de eeuwige heerlijkheid die voor je is bereid. Dan is het beginsel van de eeuwige vreugde in je ziel.
De derde loot die uitbot is de loot van de liefde. Dit is een heel tere loot. Tegelijk een heel kostbare loot. Als dit ontbreekt, ontbreekt alles. Al heb je geloof om bergen te verzetten, maar je hebt de liefde niet, zo zal het geen nut geven. Al geef je je lichaam om verbrand te worden. Hij kan aanvankelkijk schuilgaan onder allerlei wettisch denken. Bij wettische mensen merk je geen liefde. Maar de liefde wordt uitgestort in het hart. Dan bloeit de ziel open. Dan verdwijnt het ik. Dan krijgt zelfverloochening en onbaatzuchtige naastenliefde de overhand. Dan ben je gunnend. Daar is de hemel vol van. De liefde wordt je niet moe, omdat het uit God is. Omdat het God Zelf is.
Wat kostelijk als het lente wordt, als het nieuwe leven doorbreekt. Alles is nieuw. Je kunt het niet op. Elke preek voel je je aangesproken. In elk gebed ervaar je vrijmoedigheid tot God. Elke gesprek is een versterking voor je ziel. Elke keer raakt het Woord je. Het zijn de bruidsdagen van de ziel, de dagen van de eerste liefde. Gemeente, kent u van deze dingen iets? Als u geen nieuwe gewaarwordingen hebt ontvangen in uw leven, is het nog winter.
3. De nieuwe lente van de herstepping
Dan is er nog een lente in dit leven. Dan bedoel ik niet de lente aan de overzijde van het graf of in een heerlijke opleving van de kerk, maar ik bedoel in het leven van Gods kind in dit leven. Wedergeboren mensen leven niet altijd in de lente. Ze kennen ook de zomer waarin de stralende glans van de zon de ziel verwarmt en er geen wolkje aan de geestelijke hemel valt te bekennen. Het zijn de tijden dat de hemel nabij is en je denkt wellicht zo over te stappen naar het hemelse Kanaan. Ze kennen ook de herfst waarin de vruchten worden geoogst. Maar ze kennen ook winters in het geestelijke leven. De winter in het geestelijk leven is natuurlijk niet helemaal te vergelijken met een onbekeerde. Wie wedergeboren is, kan niet meer afvallen. Maar toch kan het geestelijk leven zo ingezonken zijn, dat je niet merkt dat iemand leeft. Een levende boom is in de winter niet te onderscheiden van een dode boom.
Dat verwacht je niet in de lente en in de zomer. Veel voorgangers preken dat ook niet. Die wekken de indruk alsof het geestelijk leven een continue voortgang is. Je wordt meer gelovig en meer vol van liefde en je moet vooral blij zijn en er moet meer van je uitgaan. Maar je ervaart het tegendeel. Het is net als met Israel in de woestijn. Ze waren spoedig bij Kanaan, maar ze wisten niet dat ze zoveel jaren in een dorre woestijn zouden omzwerven. Je kunt helemaal niet zo uitbundig zijn. Voor het besef is het hart weer zo hard. Je voelt je dor en ingezonken, levenloos en machteloos. Er gaat weinig van je uit. Je houdt nog wel wat gewoonten aan, maar de kracht is eruit. Je gebeden zijn haastiger en oppervlakkiger. Je luistert naar de preek, maar je bent wel kritisch, maar je mist alle smaak erin. Je voelt je als een uitgeteerde woestijn, zo droog en onvruchtbaar. Je ziel is een dorre boom. De takken hangen er levenloos bij. De frisse groene kleur is verdwenen. Het zijn wat verschrompelde blaadjes.
Hoe komt dat? Ik denk dat er twee redenen voor kunnen zijn. In de eerste plaats kan het zijn dat dit door eigen schuld gebeurt. We kunnen Gods Geest bedroeven en uitblussen. Als we aan concrete zonden toegeven of slordig zijn in het gebruik van de middelen van Gods genade, kan het niet anders of het vuur van Gods genade vermindert in kracht. Dan heb je bede nodig van Ps. 51; Herschep mijn hart, vernieuw in mij een vaste geest. Antwoord op deze belofte.
Het kan ook zijn dat de Heere de adem van Zijn Geest wat inhoudt. Het tekstverband wijst daarop in vers 29. Als God Zijn aangezicht verbergt, worden wij verschrikt. Waarom doet de Heere dat dan? Waarom beproeft Hij ons zo? Waarom houdt Hij Zich soms als doof? Waarom zien we Zijn vriendelijkheid niet meer? Waarom krijgt de duivel zoveel ruimte in ons leven? Het gaat vaak samen met uiterlijke moeilijkheden. Dan merken we tot onze schrik dat we niet zo nederig en onderworpen zijn als we dachten, dat we niet zo goed gebruik weten te maken van Gods beloften, dat we helemaal niet zoveel liefde hebben als waarvan we spraken. Waarom ging de Heere zo'n diepe weg met Jozef? Waarom moest Job alles verliezen? Waarom ging het met de discipelen door de dood heen? Om deze reden dat de Heere Zijn genadewerk in ons leven wil verdiepen. Het eerste geloof is niet verkeerd, maar is evenmin diep. Er zit nogal wat eigen ik bij. Simson had door de kracht van God de duizend filistijnen bij Lechi geslagen met het kinnebak van een ezel. Horen we dat in zijn lofzang? Neen. Met een ezelskinnebak sloeg ik een hoop, sloeg ik twee hopen, sloeg ik duizend filistijnen. Het gaat alleen maar over Simson. Wij zijn misschien wat arglistiger dan Simson; we gebruiken dat niet en zeggen het niet zo, maar dat maakt onderwijl natuurlijk niet zo veel uit.
In het leven der genade is aanvankelijk meer vuur dan licht. Er zit nogal wat onzuiverheid in het goud van Gods genade. We voelen ons sterk, want we hebben gelezen dat we alle dingen vermogen door Christus Die ons krachten geeft. Ook het ware geloof is nogal oppervlakkig. We voelen ons nogal bekeerd. Er is nogal wat valse zekerheid en overmoedigheid. We denken dat we nu alles weten en kunnen en een diep inzicht in het evangelie hebben. Naast de loten van Gods genade is ook het onkruid hoog opgeschoten. We hebben nog weinig kennis van eigen hulpeloosheid, arglistigheid en vleselijkheid. We hebben weinig ervaring om de spieren van het geloof te beoefenen. Het kind is wel geboren met armen en benen, maar het moet deze wel gebruiken om te ontwikkelen.
De Heere verdiept het genadeleven in de winter. Dan komen we er veel dieper achter wie we zijn voor de Heere. Hij legt meer en meer bloot wie we zijn. Hij snoeit het geloofsleven. Dat is pijnlijk. Maar zo gaan we wel een toontje lager zingen. We gaan onze afhankelijkheid van de Heere voelen. We worden nederig. We zijn geen hoogvliegers meer, maar kruipen naar de Heere toe. We voelen ons als een soldaat zonder handen. We meenden altijd dat het betekende dat we niet veel zouden kunnen zonder de Heere, maar nu voelen we dat we niets kunnen zonder Hem.
Wat is nu de nieuwe lente? Dat we veel dieper verstaan wat nu genade is. We mogen dieper blikken in het hart van God. We leren dat Gods kracht niet na onze zwakheid, maar in onze zwakheid wordt volbracht. We zijn het meest wijs als we onszelf dwaas weten. We zien des te meer wat we aan Jezus hebben. Hij is de Vriend Die onze beste raadsman is. Hij verwondt ons niet als Hij daartoe de mogelijkheid heeft. Hij praat niet met anderen over onze zwakten. Hij verraadt geen geheimen die we Hem toevertrouwen. Hij minacht ons niet. Neen, Hij bemint ons oprecht en verdraagt ons in al onze struikelingen. Zo leren we te roemen niet in ons geloof en onze liefde, maar in Zijn trouw en in Zijn liefde. Petrus was eerst zo overtuigd van zijn eigen liefde voor Jezus, maar als u zijn zendbrief leest, heeft hij het slechts over de rijkdom van Gods genade. We roemen niet in wat ik doe voor Jezus, maar wat Jezus doet voor mij. We spreken niet meer in de eerste plaats van Jezus, maar vooral met Jezus. We slaven niet meer als een Martha, maar we zitten aan de voeten met een Maria. We weten dat het niet door kracht gebeurt, maar door heilig te luieren.
De nieuwe lente is eigenlijk dit dat we bekeerd worden van onze bekering. En dat we sterven aan ons geloof. En dat we niet meer vroom hoeven te zijn. Kohlbrugge heeft daar helder van getuigd. Hij meende altijd dat hij heiliger en vromer moest worden, maar het tegendeel was het geval. Totdat hij dat in Gods Woord ontdekte dat een kind van God vleselijk is en vleselijk blijft en dat pure genade ons zal behouden. Het is de geweldige ruimte in hart van God. Het is Zijn genade en Zijn liefde waarvan we leven. Wat een heerlijke lente. We huppelen van blijde zielevreugd. We zijn dronken van Zijn heerlijkheid.
U moet met goed begrijpen, maar dan hoeven we niet meer bekeerd te zijn. Dan hebben we genoeg aan God. Dan is alle krampachtigheid in ons leven verdwenen. Dan staan we in de vrijheid en heerlijkheid van Gods kinderen. Dan leven we uit dat machtige heilgeheim dat de zaligheid ligt in God; Vader, Zoon en Heilige Geest. Dan mogen we roemen in Zijn welbehagen. Hoemeer we roemen in ons geloof, hoe meer we verlegen zijn met Gods verkiezing. Maar nu ergeren we ons niet meer aan Zijn verkiezing, maar we zien het als de vaste eeuwige grond van het evangelie. We zingen eeuwig van Gods goedertierenheden. Door U door U alleen.
Het is heel apart in het geestelijk leven dat dan het natuurlijke niet overeenkomt. Zo volgt op de tweede lente de herfst. We dragen vruchten van kinderlijke vrees, een teer geweten, treuren over onze zonden, barmhartigheid naar anderen, lijden omwille van de gerechtigheid.
Aan het einde van deze dienst vraag ik u; hoever kon je meekomen? Herken je deze dingen in je eigen leven, of ben je er helemaal een vreemde van? Je hoeft niet veel geloof te hebben, maar hebt u dan een geloof als een mosterdzaadje? Als je nog onbekeerd bent, zoek de Heere terwijl Hij te vinden is. Als je de eerste lente kent, vraag om voortdurend licht van boven, opdat wij grondiger worden gefundeerd in de Heere Jezus Christus en Zijn heilswerk alleen.
literatuur; Philpot (preek Ps. 104:27-30 en preek over winter voor de herfst), Noordzij (KV), Calvijn, Spurgeon, Gill, Henry, J.H. Donner, Borghardt (P 64-65), Lensink (P 81-82)