Jer. 3:1

Vanmorgen is hier het sacrament van de Heilige Doop bediend. Wat is de Doop eigenlijk? Zegt dat iets over uw en jouw relatie met God? En wat zegt het dan over de verhouding van God tot een gedoopte? Is God onze Rechter? Is Hij onze Vader?
In het Oude Testament - en ook in onze tekst - komen wij een van de vele beelden tegen die iets proberen te verwoorden van het geheim tussen God en verbondskinderen. Wij geloven dat wij dat beeld dat in het OT van betrekking was op Israël, vandaag van toepassing is op de kerk, de gemeente. Dat is ook een van de redenen dat wij de kinderdoop hebben. Wij horen tot hetzelfde verbond als het oudtestamentische Israël.
En om alle misverstand te voorkomen; wij zijn niet in de plaats van Israël gekomen, zodat Israël zou hebben afgedaan, maar wij zijn wel erfgenaam van dezelfde belofte. En van dezelfde bedreigingen! Als het gaat over de God van Abraham, Izak en Jacob gaat het over de Vader van de Heere Jezus Christus. De God van het Oude Testament is onze God.
Het beeld waar het hier om gaat is het beeld van het huwelijk. Het mooiste dat er op aarde is te vinden. De intieme en tere relatie tussen een man en een vrouw, een kostbaar overblijfsel uit het paradijs. Als we werkelijk het hart mogen openen voor elkaar, geen geheimen hebben en samengroeien tot een eenheid.
God vergelijkt Zichzelf met de Man en de kerk met de vrouw. Helaas is dat mooiste op aarde vaak bedorven. Wat het mooiste moet zijn kan wel eens de grootste kwelling zijn en de meeste spanningen met zich meebrengen. Ook in de gemeente zijn er wel huwelijken waarin man en vrouw compleet langs elkaar heenleven, geen begrip hebben voor elkaar, niet luisteren naar elkaar en misschien in moeiten het voor elkaar nog moeilijker maken. Of elkaar zelfs pijn doen. Als je een ander zo goed kent, ben je daar ook heel goed toe in staat. We hebben als man en vrouw een geweldige verantwoordelijkheid welke indruk wij over het huwelijk, de liefde en de trouw geven aan onze kinderen. De indruk die wij geven over het huwelijk werkt door in hun visie op het de verhouding God en Zijn kerk.
U moet hierbij niet denken aan een zelfzuchtige man, een tiran, een egoïst die ruw en onbehouwen met zijn vrouw omgaat. De Heere is de Man Die trouw belooft aan Zijn vrouw. U moet niet denken aan een man die zijn De Heere is de Man Die er helemaal is voor Zijn vrouw is. Die Zichzelf aan Zijn vrouw geeft. Die Zich verantwoordelijk weet voor Zijn vrouw. Die tere zorg oefent omtrent Zijn vrouw. Die de belangen van zijn vrouw behartigt als Zijn eigen belangen. Een Man Die niet Zichzelf zoekt, maar Zichzelf geeft. Een Man Die Zijn hart opent en de heilsgeheimen bekend maakt door Woord en Geest.
Wat is dat een geweldig beeld. God is uw en jouw Man. Hij heeft een verbond gesloten. In het doopformulier heeft het geklonken dat Hij een eeuwig verbond der genade opricht. Het is nog rijker dan een huwelijksverbond, want dat geldt niet eeuwig. Dat eindigt bij de dood. Maar het verbond dat God met zondaren opricht is een eeuwig verbond. Het hangt niet af van prestaties, maar is gefundeerd in Zijn genade. God belooft Zijn trouw. Zijn liefde. Zoals een vrouw hoort bij haar man, zo hoort de gedoopte bij God. De duivel en de wereld en de zonde hebben geen recht op degene die in Gods verbond behoort. Zoals de vrouw naar haar man is genoemd, zo is de gedoopte naar Gods Naam genoemd.
Dat is de achtergrond van de boodschap van Jeremia. Nu komen we tot de boodschap zelf. En wat lezen we dan? Gij hebt met vele boeleerders gehoereerd. Jeremia stelt de zonde van Juda aan de kaak (Kwestie; gaat het over 10 stammen die al honderd jaar weg zijn? Of tot nakomelingen van de 10 stammen die in Juda zijn terecht gekomen? Of gaat het tot Juda? Jer. 2:36 ziet duidelijk op Juda, derhalve lijkt mij deze conclusie voor het vervolg aannemelijk). Met scherpe woorden houdt hij hen de spiegel voor. Het hele boek Jeremia is er vol van. Bijna vijftig jaar lang is hij een boetgezant geweest. Hij moest het oordeel van God aankondigen. Zo graag had hij een andere boodschap verkondigd, maar de Heere gaf hem dit woord te spreken. Hij heeft zelf ontzettend geleden aan zijn profetie. Hij huivert als hij de ware stand van zaken aan het licht moet brengen en geestelijk doorlichten. Hij is niet de prediker die met het grootste gemak donderpreken houdt en daar de grote man mee is. Neen, hij voelt de huiver van de zonde en de schrik van het oordeel. Het gaat hem door merg en been.. Hij zucht er als het ware onder. Heere, is het nu werkelijk zo? Moet ik dit nu doorgeven? Hebt u geen ander woord voor mij?
Jeremia weet dat dit hem niet in dank zal worden afgenomen. De geestelijke en kerkelijke leiders van zijn dagen zijn woedend als hij met zijn analyse komt. Ze zagen de zonde niet zo ernstig in. Zij meenden op God te kunnen vertrouwen zonder bekering. God zal trouw zijn aan Zijn eigen tempel. Ze roemen in Gods trouw. Ze meenden dat het politiek veel betere dagen zouden aanbreken. De macht van Assyrie wankelde. Egypte schudt het Assyrische juk van zich af. De Meden zijn in opstand gekomen. Babel rukt geducht aan de ketting. Dan moet het lukken dat het kleine Juda ook wordt bevrijd van de onderdrukking vanuit Nineve.
Jeremia heeft zo’n andere overtuiging. Zijn visie staat haaks op de visie van anderen. Geen politiek inzicht, maar Geest-elijk inzicht. Gericht Gods komt. Bovendien staat hij helemaal alleen. De waarheid is niet in het bezit van de massa of de meerderheid. Hij kan niet anders. Gods Geest geeft hem visie. Hij ziet de dingen zoals God ze ziet. Zo komt hij tot de haarscherpe diagnose, die verpletterend is; Juda is een geestelijke prostituee. Met de meest donkere contrasten tekent hij de zonde van Juda als hoererij, geestelijke prostitutie. Als hij het heeft over hoererij is dat niet in de eerste plaats de zonde die voorkomt in het rijk van de twee stammen. Het is een aanduiding van de geestelijke kwaal onder de kinderen van het verbond. Hoewel godsdienstige inzinking ook gepaard gaat met zedelijke verwildering. Als wij God verlaten, komen er zonden tegen alle geboden.
Juda heeft met vele boeleerders gehoereerd. Het woord "boel" kennen wij niet zozeer. Het ziet op vrienden, gezellen waarmee het overspel wordt bedreven. Om zijn boodschap kracht bij te zetten licht hij het toe. Ze hebben de hoogten gebouwd en daarop afgodsbeelden geplaatst en die aanbeden. Ze hadden het voorbeeld van de 10 stammen die om hun afgoderij zijn weggevoerd in ballingschap, maar ze zijn stug doorgegaan met hun ongehoorzaamheid. In elk dorp hadden ze wel afgoden. Zoveel afgoden als dorpen (Jer. 2:28). Het is alsof ze geestelijk tot de hoeren zijn gegaan. Ze zijn niet verleid door deze geestelijke prostituees, maar ze hebben aan de weg gezeten om de boeleerders, de gezellen te verleiden. Ze hebben de zonde gezocht en nagelopen en getrokken. Erop geloerd. Waar maar een hoogte was, hoereerde je. De meest grove hoererij hebben ze bedreven (2:33).
Schrijnender kan de zonde niet aan het licht worden gebracht. Immers, overspel is wel zo gruwelijk. Je kunt een trouwe man niet dieper krenken dan wanneer je als vrouw op andere mannen uit bent en zo je eigen man op het hart trapt. Zo is de HEERE op een geweldige manier beledigd. Men heeft Hem zo geweldig veel pijn gedaan. Hier staat niet dat Juda alleen overspel heeft bedreven, ze is er niet in gevallen, maar ze heeft erin geleefd. Ze heeft met veel afgoden geestelijk overspel gepleegd.
Geldt dat ook vandaag? Is deze boodschap van Jeremia actueel of geldt dat alleen voor Juda meer dan 2500 jaar geleden? Wij kunnen denken aan ons volk. Voorgeslachten zijn gedoopt. Eens heette ons volk een gedoopte natie. Thans is dat niet meer het geval. De band met Gods verbond is verbroken. Wij hebben het over vele problemen in ons volk. We zien vele veranderingen in ons volksleven. De economie verandert. De politiek verandert. De gezinnen veranderen. We klagen over individualisme en materialisme. Maar de eigenlijke kwaal is het verbreken van Gods verbond, het geestelijke overspel.
Hoe zit het vanmorgen in de kerk? Is het mogelijk dat op enigerlei wijze de onthutsende woorden van Jeremia ook op u en mij van toepassing zijn? Als we naar een antwoord hierop zoeken dienen we ons te realiseren dat Jeremia op deze wijze de zonde van afgoderij aanwijst. Dan wordt de vraag: Is er vandaag in uw of mijn leven sprake van afgoderij? Er is geen afgoderij in de zin dat wij hoogten bouwen met afgodsbeelden en altaren en daar wierook brengen. Wij geloven niet meer in een Baal die voor ons de vruchtbaarheid moeten garanderen. Maar afgoderij gaat veel dieper. Afgoderij is in plaats van de enige en ware God iets anders hebben waarop je je vertrouwen stelt en waarvoor je leeft. En dan komt het toch wel heel dichtbij. Dan kunnen het heel onschuldige dingen zijn die voor ons meer wegen dan de Heere Zelf. Jezus maakt dat op een indrukwekkende wijze duidelijk in de gelijkenis van de koninklijke bruiloft. De Zoon van de Koning zal trouwen. De gasten zijn reeds uitgenodigd. Het diner is met grote zorgvuldigheid klaar gemaakt. De menukaarten staan op naam. Dan gaan de dienstknechten uit om de genodigden op te halen. Ze komen bij de eerste. O wat geweldig dat ik ben uitgenodigd. Maar helaas, net een stuk land gekocht. Wilt u mij verontschuldigen bij de Koning? Ik heb natuurlijk niets tegen Hem, maar vandaag komt het toch wel heel ongelukkig uit. Is er iets mis met dat stuk land? Is het zonde om een vrouw te trouwen? Neen. Maar onschuldige dingen kunnen tot afgoden worden. Afgoden zijn meestal in zichzelf goede dingen die worden uitvergroot. Zo kunnen allerlei aardse beslommeringen uw afgod zijn; Uw vrouw, uw kind, uw auto, uw hobby, je studie, je bedrijf.
Het kan ook wat kerkelijker. Sommige mensen maken er een soort hobby van om over dominees te praten, en dat kunnen ze ook heel goed. En ze menen dat dat zo ongeveer het summum van godzaligheid is. Als je dat doet, ben je een goed christen. Dan meen je het toch wel echt. Maar ze hebben nooit de levensvraag in zijn diepte en ernst gepeild. Ze hebben nooit God ontmoet in Zijn heiligheid en Zijn genade. Ze hebben geen kennis van God en goddelijke zaken. Ze zijn vreemden van geestelijke leven. Ze hebben nooit het gericht van God over hun leven ervaren en ze zijn niet vrijgesproken door Woord en Geest van hun zonden en schuld. Ze staan voor eigen rekening en als ze sterven dan vallen ze in eeuwige verwoesting neer.
Het kan ook vroom. Je hebt genoeg kerkmensen die trouw naar de kerk gaan, dagelijks hun gebeden opzeggen, elke dag uit de bijbel lezen, nauwkeurig en burgerlijk leven en ieder het zijne geven en ook nog proberen te strijden tegen hun driften en begeerten en bij wie de gedachte heeft postgevat dat ze op de weg naar de zaligheid zijn. Ze geloven toch in de bijbel? Ze zijn toch bezig met de dingen van God? Wat zou er meer nodig zijn dan dat? Ze hebben toch een grote vrijmoedigheid in het spreken over de dingen van Gods koninkrijk? Maar dat een serieus verbondskind ook wedergeboorte nodig heeft, is nimmer tot hen doorgedrongen. Dat het binnenste van hun hart moeten worden gereinigd, hebben ze nooit ontdekt. Wat is hun kwaal? Ze vertrouwen op hun godsdienstige plichten en niet op Jezus. Ze zijn nooit een verloren zondaar geworden. Ze hebben nooit ervaren dat ze de eeuwige straf hebben verdiend en zo heeft het voor hen ook geen heerlijkheid dat Jezus de straf die ons de vrede aanbrengt, droeg.
Het kan zelfs nog subtieler. Je hebt kinderen van God die wel opnieuw zijn geboren, die Jezus hebben leren kennen als Degene die voor hen Borg staat en die het werk van de Heilige Geest in hun ziel kennen. Maar die meer vertrouwen op hun bekering dan op God. Ze zijn geestelijke verzamelaars die geestelijke ervaringen verzamelen en daar al groter meer worden. Ze leven uit hun bekeerd-zijn en hongeren en dorsten niet meer naar God Zelf. Er is geen heimwee in hun hart om Hem te ontmoeten en zich aan de Bron van Hem te laven. Dan maak je van je bekering je afgod. Dat is de hoogte waarop je gaat om je daarvoor neer te buigen.
Zo kunnen verbondskinderen vandaag geestelijk overspel bedrijven. Het is ontmaskerend dat de zonde van verbondskinderen als geestelijk overspel wordt blootgelegd. Het zijn geen vergissingen of zwakheden, maar zonden die de God van het verbond zo ontzettend veel pijn doen, Hem grieven en Hem kwetsen. Dat kunnen alleen verbondskinderen zo en in zo’n mate. Alle mensen in Nederland zondigen, maar de Heere heeft niet met allen de uitdrukkelijke verbondsrelatie. De zonde van Zijn verbondskinderen raakt Hem het diepste.
Is er vanmorgen iemand die onschuldig staat? Is er iemand die kan zeggen dat hij niet met vele boeleerders heeft gehoereerd? Misschien dat er mensen zijn die dat bij zichzelf denken. Die vinden het eigenlijk allemaal een beetje overdreven. Ze zijn wel niet volmaakt, maar geestelijke overspelers willen ze niet heten. Dat is wat te dramatisch.
Ik hoop dat u door de Heilige Geest het ware karakter van de zonde als verbondskind gaat zien. Dan voelt u iets van Gods pijn. Dan doet het u zo’n smart dat de HEERE niet de Eerste en de Enige was in uw leven? Dat u meer vertrouwde op je verstand, op je zekerheden, op je verzekering, je geld, op je gezondheid, je kracht dan op de Heere alleen. Dat je meer leefde voor jezelf en voor je carrière en voor je gezin. Dat je meer vertrouwde op de Middelen dan op de Middelaar. Op de dominee dan op de Zaligmaker, op je bekering dan op God. Je leven trekt aan je voorbij. De vraag is niet meer wanneer je hebt gezondigd, maar wanneer je niet hebt gezondigd. Wat is je leven afschuwelijk geweest, onrein, vuil. Ik zal maken dat ze een walg aan zichzelf hebben. Dan trekt Gods pijn door je heen. Je gaat het voelen vanuit Hem. Je zou jezelf leeg willen huilen, maar je kunt het er nooit meer goed maken. Je hebt geen excuses, maar je zo’n verrader geweest van Gods verbond. Je ziel druipt weg van treurigheid en klagen.
Kun je dan nog rekenen op Gods trouw? Wat staat er aan het begin van de tekst? Indien een man zijn vrouw verlaat (je mag ook lezen wegzendt, loslaten, piel is verjagen en verstoten; put away in King James), ze gaat heen, ze trouwt opnieuw, zal dat huwelijk opnieuw hersteld kunnen worden? Het is een retorische vraag. Het antwoord ligt er eigenlijk al in opgesloten. De vraag is zo gesteld dat het antwoord "Neen" moet zijn.
De reden van dit antwoord is voor ons misschien niet zo heel helder. Voor de jood was dat wel helder. Deze woorden moeten we lezen tegen de achtergrond van de wet van Mozes (Deut 24:1-4; wellicht is het herontdekte wetboek in dagen van Josia het boek Deuterononium; Oosterhof wijdt daar beschouwing aan). Echtscheiding was daarin absoluut verboden. Maar toch waren er situaties waarin de man zonder reden zijn vrouw wegstuurde. Zijn vrouw was niet mooi genoeg of niet aardig genoeg of het hele huwelijk viel hem tegen. Zo’n vrouw zou dan overgeleverd zijn aan de willekeur van haar man. Ze zou onder verdenking van overspel staan.
Mozes kon de echtbreuk niet accepteren, maar hij stelde wel de scheidbrief op. Dat was een verklaring van de man die zijn vrouw wegstuurde, waarin hij nadrukkelijk verklaarde dat de reden voor de echtscheiding niet lag in overspelig gedrag van de vrouw. Met deze verklaring kon een vrouw opnieuw trouwen. De schuld van haar hertrouw lag dan helemaal bij de man.
Daar was nog een kant aan deze zaak. Het was onmogelijk als je eenmaal je vrouw had weggestuurd en ze was hertrouwd om ze terug te nemen als ze bijvoorbeeld opnieuw werd weggestuurd of haar tweede man stierf. Zo kwam er een zware hypotheek te liggen op de echtscheiding. Het was een verschrikkelijke definitieve stap om van je vrouw te scheiden. En tevens werd de vrouw als zwakkere partij in bescherming genomen.
De eerste woorden van onze tekst moeten we lezen tegen deze achtergrond. Als een vrouw bij een andere man is terechtgekomen, kan ze dan weer terug naar de eerste man? Neen, dat is bij de wet van God uitgesloten! Als dat zou gebeuren dan zouden alle pilaren van recht en trouw in de samenleving wankelen. Dan wordt het een chaos. Dan is het huwelijk niets meer. Dan wordt het een spelletje, een heen en weer gebeuren.
Deze kwestie stelt Jeremia als voorbeeld. Uw verhouding met God is de verhouding van een Man tot zijn vrouw. Nu bent u van een andere man geworden. Als God een verbond sluit met een mensenkind en een zondaar is daaraan ontrouw door geestelijk overspel, kan God de zondaar dan terugnemen? Is de zondaar niet voorgoed afgesloten van gemeenschap met God? Ja, dat is bij de wet voor altijd uitgesloten. God zou tegen de beginselen van Zijn eigen recht ingaan als Hij zo’n zondaar opnieuw zou ondertrouwen.
En dan komt de toepassing. Gij hebt met vele boeleerders gehoereerd. Dat was trouwens niet de reden dat God als Man grillig was en u een scheidbrief heeft gegeven (Jes. 50:1). Dat was uw eigen zonde. Dat is nog veel erger dan dat u een scheidbrief had gekregen. U hebt niet 1 andere man gehad, maar u hebt er vele gehad. U hebt niet anders gedaan dan uw wettige man kwetsen en grieven. Dan is er geen ontkoming. Dan zegt dezelfde wet van Mozes dat u moet sterven. Er is geen denken aan dat het verbond tussen God en u weer kan worden hersteld.
Dan komen we bij een vertaalprobleem in deze tekst. Dan laat ik u toch even in de keuken van de preekvoorbereiding kijken. Het heeft mij eerlijk gezegd nog heel wat hoofdbrekens gekost. Oude grammaticaboeken moesten opnieuw tevoorschijn worden gehaald (paragraaf 42d en 73c4 Lettinga laat zien dat infinitivus absolutus ook als bevel kan worden vertaald, evenals "Gedenk de sabbath"). Als je het hebreeuws hier leest, is er veel te zeggen voor de vertaling: "Gij hebt met veel boeleerders gehoereerd en u zult tot Mij wederkeren?" Modernere vertalingen en verklaringen gaan in het algemeen ook uit van deze tekst. U vindt het in de Nieuwe Vertaling en in de Groot Nieuws Bijbel. Dan krijgt het dezelfde klank als het eerste gedeelte van de tekst. Daar is geen denken aan! U hebt het verdorven en meent u dat het dan nu kan worden hersteld? Wat een goedkope opvattingen over genade hebt u dan. U neemt een loopje met Gods verbond. U beseft de inhoud daarvan niet. U komt nu in problemen, de late regen blijft uit (vers 3). Er is een algemene verootmoediging, de tempel stroomt weer vol. Omdat de oogst in gevaar komt. Nu denkt u eventjes snel tot God te roepen en alles is weer in orde. Maar zo werkt het niet. Uw verhouding met God is een verbondsrelatie, een huwelijksverbond. Dat valt niet te herstellen nadat het is verbroken. Niet vandaag de Heere, morgen een andere liefde en als dat dan tegenvalt weer terugvallen op de Heere. Geestelijke fladderaars spotten met Gods liefde. In de nood weer bidden en dan moet God toch eigenlijk wel heel snel helpen. Deze liefde is speculatie. Nu weer mooie woordjes tot God spreken, dat is nog geen bekering. Een hartelijk leedwezen, een mishagen aan jezelf ontbreekt. Dan denk je niet meer zo goedkoop over genade. Speculeren op Gods trouw zonder zelf trouw te zijn. Met drommen naar tempel. Laat goden die je hebt gediend, nu hun kracht bewijzen.
En toch ben ik blij dat de statenvertalers de andere vertaling hebben gekozen. De vertaling die taalkundig het minste voor de hand ligt. En die vanuit de wetten van Mozes ook helemaal niet vanzelfsprekend is. Die totaal in lijkt te druisen tegen alle gevoel van wet en recht. Volgens de wetten kan het helemaal niet. Het zijn de eigen wetten van God volgens welke het onmogelijk is. Het is echt onmogelijk!
En toch staat het hier: God roept hoereerders terug tot Zijn gemeenschap! God roept ontrouwe verbondskinderen tot Zijn verbond, de goederen van Zijn verbond. Deze roepstem van God kan helemaal niet. Het is in strijd met God, met Zijn wet, met Zijn heiligheid. Het gaat hier niet over de inwendige roeping door de Heilige Geest, maar zelfs die algemene roepstem is al een wonder. Het feit dat u hier elke week onder de prediking van Gods evangelie komt, is een onmogelijkheid. Het kan helemaal niet. Het strijdt met Gods wet om ontrouwe zondaren terug te nodigen tot God als Man.
Keert nochtans weder tot Mij. Dat is de roepstem van God. Vanmorgen tot u en jou en mij. Keert om op uw eigen weg. Bekeert u tot God. Breekt met de afgoden, met uw vroomheid, uw godsdienstige bedrijf als de grond van uw vertrouwen. Breekt met alle beslommeringen die u van God afhouden. Bekeert u.
Het is uw Man Die u/jou roept. Uw gekrenkte Echtgenoot. Welke man zou zijn vrouw terug willen hebben nadat ze zoveel andere mannen heeft gehad? En daarmee op zo’n lage wijze heeft afgegeven? Zichzelf heeft verlaagd en haar lusten overgegeven? Een keer vergeven is misschien mogelijk, maar de tweede maal? De vierde maal? En als ze dan de tiende maal belijdt dat ze ontrouw is geweest en er zo’n berouw van heeft, zult u ze dan opnieuw ontvangen en uw vertrouwen geven? Het woord dat hier staat heeft ook de betekenis van 10.000 in zich.
Als we iets van onze zonden gaan zien als geestelijk overspel, dan dringt de gedachte zich aan ons op dat het onmogelijk is om opnieuw vrede met God te krijgen. We schamen ons zo diep en we kunnen het helemaal begrijpen als de Heere nooit meer van ons wil weten.
Het evangelie is echter zo wonderlijk. God is niet een mens in het groot. God is gans anders dan de mens. Hij vergeeft menigvuldig. Hij is de tiende maal nog net zo gewillig om te vergeven als de eerste maal. In het leven der genade is het zo’n worsteling dat we altijd weer zo menselijk over de HEERE denken. Dan denken we: De Heere kan mij niet meer aannemen. Nu moet Zijn geduld wel op zijn! Hij heeft alleen maar verdriet van mij.
Hoe keer je weder? Alleen omdat Hij roept. Als Hij het niet uitdrukkelijk zou zeggen, zou er geen enkele gedachte van herstel in je opkomen. Het strijdt met alle menselijke gebruiken en gevoelens. Je zou het zelf nooit geloven en kunnen geloven en durven wagen als niet de Geest getuigde met jouw geest dat dit de waarheid is. Zo krijgt die algemene nodiging kracht in je hart. Het krijgt de overhand.
Hoe keer je weder? Met een verbroken hart. Verbroken door Zijn liefde. Daar kon je niet tegen op. Dat deed je hart van binnen breken. Als de Heere was gekomen met de strikte eisen van Zijn wet, dan moest je je hoofd buigen en de dood sterven. Maar nu Hij is gekomen met Zijn evangelie, zijn geen woorden meer om Zijn trouw te bewonderen: "O Hemelse Man, bent U dan werkelijk zo trouw in mijn ontrouw dat u mij opnieuw wilt ontvangen en Uw trouw en liefde schenken? Uzelf geven? Kunt U mij dan zien als uw reine bruid? Kunt u dan nog eeuwig gemeenschap met mij hebben? Ik ben zo afschuwelijk, Ik moet u eeuwig loven omdat Gij het hebt gedaan"
Hoe keer je weder? Je wordt ontvangen. Anders werd je niet geroepen. Hij drukt je aan Zijn hart. Hij opent de kabinetten van Zijn verbond. Hij verklaart: "Al het Mijne is uwe". Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid.
Wat is het wonder van de genade dan groot! Wat is het geheim daarvan? Neemt God dan Zijn eigen wet niet serieus? Neemt God Zichzelf niet serieus? De oudtestamentische wetten zijn een al prediking van Christus! Volgens de wet kan dit niet. Maar Hij heeft de wet vervuld. Alle ontrouw en geestelijke overspel is op Hem gekomen. Hij droeg de vloek van Gods wet. God heeft Hem behandeld als zo’n overspeler en hoerenloper. God heeft aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. God heeft Hem gezien - ik durf het bijna niet te zeggen - als zo’n zoeker van de zonde, zo’n vuil ontrouw wellustig afgodisch geestelijke prostituee. Gods gezicht is betrokken van afschuw en Hij heeft gezegd: "Ga weg, Ik kan U niet meer zien". God heeft Hem weggedaan, ver weggedaan. God heeft Hem verlaten, weggezonden (vers 1). God heeft tegen Hem gezegd: Ik wil nooit meer van U weten. Het kan nooit meer goedkomen tussen U en Mij. In de drie uren duisternis heeft Hij de eeuwige verlating doorleden. Zonder liefde van Zijn Vader, zonder Zijn vriendelijk aangezicht.
 


literatuur: Veldkamp, Calvijn, Henry, Bibleworks, Oosterhof, Douma, Noordbeek, Gill, Moerkerken, Aalders.