Laat u met God verzoenen (2Kor 5:20b)



Deze toespraak wil ik graag beginnen met een persoonlijke herinnering. Als jongen van 18 jaar zat ik vaak onder het gehoor van een oude eerbiedwaardige dienaar van het Woord. Hij eindigde zijn preek regelmatig met deze woorden van de apostel Paulus: "Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade, wij bidden van Christus wege; laat u met God verzoenen". Ik wil u best bekennen dat ik dan huiverde. Ik voelde hoe verschrikkelijk het is om onverzoend te sterven, en dat er op dat moment een beslissing voor de eeuwigheid viel. Ik spreek de wens uit dat we in deze laatste ernst dit Woord Gods vanmiddag horen.



ambassadeurs

Wij zijn gezanten van Christus. Wij zijn geen dienaren van het geld, of van een bepaalde status. Wij hoeven geen mensen naar de ogen te zien of te beantwoorden aan de grillen van een gemeente. Wij zijn gezonden door Christus. De Engelse vertaling spreekt hier over ambassadeurs. Namens Zijn onvergankelijk koninkrijk laten we Zijn koningsrechten gelden. Wij verkondigen u geen mening of theologische opvatting, maar het Woord van onze Meester.

Christus maakt geen gebruik van engelen. Hij spreekt niet in donder en bliksem zoals op de Sinai, maar het behaagt de Heere Jezus Christus om beperkte en bekrompen mensen, met hun gebreken en eenzijdigheden in te schakelen voor deze missie. In Zijn Naam verkondig ik u de weg der zaligheid. De stem van Christus klinkt hier even wezenlijk als dat u op de berg der zaligsprekingen rondom Jezus stond. We zijn even dichtbij God als Mozes toen hij bij het brandende braambos de schoenen van zijn voeten deed. Wie het woord van de verkondiging verwerpt, verwerpt vanmiddag Christus.

Gegeven het feit dat Christus de Koning is van alle koningen verbaast het ons ten zeerste dat we in deze tekst lezen dat Hij tot ons komt met een gebed. Alsof Hij afhankelijk is van onze instemming. Hij dwingt niet, maar wil gewillig gediend worden.

Christus ligt als het ware op Zijn knieën voor u om u. We herinneren ons dat Jezus zat op het veulen van een ezelin en uitkeek over de grote stad Jeruzalam. Tranen biggelden over Zijn wangen, toen Hij uitriep: "Och of gij heden bekent, hetgeen tot uw vrede dient" (Luk. 19:42). Met deze gezindheid richt Hij Zich vanmiddag tot u. Hij smeekt u indringend om Zijn verzoening aan te nemen.

Wij bidden alsof God door ons bad. Dat woordje alsof is geen ontkenning, maar een krachtige bevestiging. In Christus bidt God, de drieënige God; de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Het is niet zo'n gebed als onze gebeden zo vaak; flauw, halfslachtig en ongelovig. Neen, als Christus bidt, stort Hij Zijn hart daarin uit. Het antwoord op Zijn gebed laat Hem niet onverschillig. Er is Hem alles aan gelegen dat u van ganser harte Zijn verzoening ontvangt. Het laat Hem niet koud of u verloren zult gaan of niet. Hij hangt aan uw hals en Hij vraagt uw hart: "Jongen, meisje, waarom zou je verloren gaan?"

Ik hoop dat u veel bezig bent met uw persoonlijk gebedsleven. Zonder persoonlijk gebed zijn we immers geen christen. Gebedsleven is een strijdend leven; er is niets zo moeilijk als het gebed. Hier gaat het echter niet over ons gebed, maar over de dringende bede van de Zaligmaker. De vraag is nu niet of uw gebeden verhoord zijn, maar of u Zijn gebed reeds hebt ingewilligd.



Christus' bede

Wat is de inhoud van Jezus' bede? Het staat hier kernachtig: "Laat u met God verzoenen". Wij weten in het aardse leven wat verzoening is. Er kan verwijdering en verbittering komen tussen man en vrouw, ouders en kinderen. Dat is ondraaglijk. Misschien kwam uw zoontje wel eens naar beneden: "Papa, ik kan mijn huiswerk niet maken, want het is niet goed tussen ons".

Er is echter iets aan de hand dat oneindig veel erger is. We leven niet onverzoend met onze buurman, maar met God. Verwijdering tussen man en vrouw ligt meestal aan beiden. Waar twee kijven, hebben twee schuld. In dit geval is dat duidelijk anders. God heeft Zijn Woord gehouden. Zonder dat er enige reden voor was, hebben wij Hem de oorlog verklaard. Wij dulden Gods gezag niet boven ons. We willen zelf uitmaken wat goed is en wat niet.

God is wel goed, maar niet goedig. Er is niets zo verschrikkelijk als dat God tegen u is. Jezus heeft de drinkbeker van Gods toorn niet onverschrokken aan de lippen gezet, maar Hij huiverde. Als de heilige God zegt "Vervloekt", baat geen enkele zegen. Het is vreselijk te vallen in de handen van de levende God (Hebr. 10:31).

Laat er geen misverstand over bestaan; het gaat vanmiddag niet over sommige extreem goddeloze mensen, maar het gaat over u en mij. Onze kleinen zijn gedoopt, omdat zij kinderen des toorns zijn. Dit geldt ook voor kerkelijke, serieuze mensen die zich het vuur uit de sloffen lopen voor Gods koninkrijk. Heel de wereld is voor God verdoemelijk.

Als de zaken er zo voorstaan, heeft God alle reden om onze eerste stap af te wachten. Het wonderlijke is echter dat God Zelf het initiatief neemt. Hij zou lang moeten wachten als Hij op ons moest wachten. Wij hebben nogal wat te mokken en te klagen over God. De schepping had Hij anders moeten doen, en de val had niet mogen gebeuren en de ellende in deze wereld mag niet voorkomen. Wij vinden het best zo. Als wij ons leventje maar kunnen leven, liggen we niet wakker over Gods ongenoegen. Er is niemand die naar God vraagt, maar God vraagt naar u en jou. Hij vraagt naar mensen die dagelijks de keuze van de Joden bevestigen toen zij uitriepen: "Kruis Hem"...

Christus verstoort de orde door Zijn indringende verzoek "Laat u met God verzoenen". Hij doet dat niet met een enorme omhaal van woorden of met politiek en wollig taalgebruik dat je je af moet vragen; wat bedoelt Hij toch? Neen, met ronde woorden stelt Hij door Zijn ambassadeurs de verzoening aan de orde. U kunt er niet omheen, u moet een antwoord geven.

U hoort het goed; de boodschap is niet dat u verzoend bent. Het evangelie betekent niet dat alle mensen zondaren zijn, dat Christus voor zondaren is gestorven en dat we nu blij moeten zijn. Er moet wel heel iets bijzonders gebeuren, wilt u verloren gaan. Neen, in de uitdrukking; "Laat u met God verzoenen", ligt geweldige ernst. U bent een verloren zondaar.

U hoort het goed; de boodschap is evenmin dat u het prachtige huis van de verzoening mag zien en bewonderen, zonder daartoe toegang te hebben. Neen, God draagt de verzoening door Zijn Woord in ons midden. Hij laat Zijn roepstem uitgaan tot allen die horen. U wordt genodigd, nota bene, tot de bruiloft van het Lam. Hij meent het van ganser harte.

Kan God dan zomaar verzoenen? Er is toch het nodige gepasseerd? God heeft toch ook Zijn rechten? Hij kan toch niet zeggen: "Zand erover, we praten er niet meer over"? Als volkeren vrede sluiten, moet toch ook een oorlogsschatting op tafel worden gelegd?

Zo goedkoop werkt het in Gods koninkrijk in ieder geval niet. Vraagt God nu niet het onmogelijke van mij? Hoe kan ik Gods gunst verwerven? Moet ik dan heel heilig gaan leven? Moet ik dan zo goed mogelijk mijn best gaan doen? Ik weet nooit of dat wel genoeg is? Luister nog eens heel nauwkeurig naar de uitnodiging. Er staat niet: "Verzoen uzelf met God", maar er staat: "Laat u met God verzoenen". U hoeft God niet te verzoenen, maar Hij is verzoend. Hij heeft de prijs betaald. Het Lam Gods draagt de zonden van de wereld weg. Hij heeft de toorn van God tegen de zonde van het ganse mensdom gedragen.

Een uiterst flauw beeld is de koning die in zijn rijk de regel had dat de overspeler zijn twee ogen zou verliezen. Op een dag hoort hij dat zijn zoon is gestruikeld. Dat is moeilijk. Als hij de straf niet uitvoert, zal men geen enkele wet meer serieus nemen. Hij houdt echter veel van zijn kind. Wat doet hij? Hij steekt één oog uit bij zijn zoon en hij laat ook één van zijn eigen ogen uitsteken. God laat u niet de helft van de zondestraf dragen, maar brengt het offer.

Zo komt de Koning tot revolutionairen. Hij biedt u Zijn vriendschap. Wie zijn zonden belijdt en laat, zal gratie ontvangen. Al had u al de zonden van Adams nageslacht, dit ene offer is ruimschoots voldoende om u te verzoenen. Niet eenmaal in uw leven, maar elke dag opnieuw.



De kracht van het Woord

Deze woorden maken op zichzelf geen indruk. We lachen de Koning in Zijn gezicht uit of we horen ze beleefd aan, terwijl we op oude voet doorgaan. Deze Koning kan echter door Zijn Geest ontvankelijkheid bewerken. Hij brengt het woord niet slechts tot uw oor, maar in uw hart. Dan blijkt dit woord een kracht Gods tot zaligheid te zijn. Het trekt u onweerstaanbaar voor Gods rechterstoel. U moet erkennen dat u schuldig staat en Gods toorn rechtvaardig is. U komt tot de onthutsende ontdekking dat u wel tranen hebt geweend om de pijn van uw lijdende Heer', maar nu voelt u dat u moet wenen om uzelf. U gaat uw hoofd buigen en erkennen: "Ik erken mijn schuld, die U tot straf bewoog. Uw doen is rein, uw vonnis gans rechtvaardig".

Al uw verkeerde gedachten over deze Koning verdwijnen. U meende dat God is als u en alle mensen; een leugenaar. U hebt aarzelingen; meent Hij het wel? Is het niet te goedkoop? U krijgt krediet op Hem. U gaat zich aan Hem verliezen. Alle tegenstemmen moeten zwijgen, want Gods Geest getuigt met uw geest dat dit belofte-woord de waarheid is. U hebt geen enkel houvast, maar u hoopt in al uw klachten op Zijn onfeilbaar woord. Zo komt er overgave aan Hem.

Zo trekt Gods Woord en Geest u door het oordeel heen naar de vrijspraak van het evangelie. God rechtvaardigt u volkomen. Naar de mate van het geloof is er vrede in uw ziel. God is niet alleen niet tegen u, maar Hij is met Zijn hele hart voor u. Zijn liefde doortintelt uw ziel. Hij zal nooit meer op u toornen of schelden. Onuitsprekelijke en heerlijke vreugde vervult u: "Ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, noch enig ander schepsel ons kan scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus onze Heere".

Als uw ingezonken huwelijk zich herstelt, is het als nieuw. Oneindig veel rijker is vers 17: "Indien iemand in Christus is, is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden". U staat in een andere verhouding tot uw Schepper. U staat heel anders in het leven. U bent heel anders man en vrouw. Het zingen van de vogels is een garantie van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het kan niet anders of u bent verzoeningsgezind ten aanzien van uw medemens. Het is geen teken van verzoening met God als u rustig kunt leven met onmin in de familie. U gaat in die zin op God lijken, dat u de eerste stap zet. U kunt het niet uithouden onder wrok en tweedracht. De liefde van Christus dringt ook u om anderen te bewegen tot hetzelfde geloof. U bent verzoend met God en zo ook met uw lot. Als Hij Zijn Zoon geeft, zal Hij dan niet alle dingen met Hem schenken?

Deze zaligheid ligt aan uw voeten. Niemand hoeft zonder Christus dit terrein te verlaten. Alleen die gaan zonder verzoening naar huis, die op zo'n grote zaligheid geen acht slaan en het bloed der verzoening onrein achten. Er vallen nu eeuwige beslissingen. De hemelpoort gaat wagenwijd open of hermetisch dicht. Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen!



Amen





Ps. 79:4 en 7