De kleuter aan God opgedragen (1 Samuel 1:28)
1. De biddende moeder
De dienst van de Heere is nog niet aan een vaste plaats gebonden. Thans te Silo, noordelijk Jeruzalem, viermaal zover als Rama. Het is een merkwaardig gezelschap dat de tabernakel (het heet ook tempel, wellicht wegens stenen ombouw om voorhof, vers 9) binnen komt lopen. Een man en een vrouw met een kleine kleuter aan de hand en een jonge stier aan een touw. Buiten staan nog twee stieren (levensonderhoud Samuel?, 3 soorten offers? Num 15:9; 0,3 efa voor spijsoffer). Ze lopen naar de oude hogepriester. Deze heeft aan aan zien komen. Hij staat op en loopt naar hen toe. Zijn oogopslag spreekt boekdelen. Woordeloos zegt hij eigenlijk: "Wat wilt u?"
De moeder neemt het woord: "Och mijn heer, zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer, ik ben die vrouw, die hier bij u stond om de HEERE te bidden". Dat zal wel, moet hij dan deze vrouw nog kennen? Er komen in de tabernakel duizenden vrouwen. Maar dan gaat hem toch een lichtje op. Het is een jaar of vier geleden. Hij zat op zijn stoel. Als grijsaard van 75 jaar niet meer actief. Niet tijdverdrijf nodig, maar gaarne getuige van offers. Hij zag daar een vrouw op haar knieen liggen. Het duurde nogal lang. Haar lichaam schokte. Ze maakte geen geluid. Zijn eerste gedachte was toen dat het een dronken vrouw moest zijn. Dat kwam namelijk meer voor. Er was onder zijn zonen Hofni en Pinehas een geweldige verloedering opgetreden. De tempel was veranderd in een bordeel en een cafe. Ook op de pinksterdag zag men godsvrucht aan voor zoete wijn.
Hij was opgestaan om deze dronken vrouw te bestraffen. Ze had hem aangekeken en hij zag wel dat ze nuchter was. Ze antwoordde; Ik ben bezwaard van geest. Ik heb geen wijn of sterke drank gedronken. Ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht van de HEERE. Ik ben geen dochter van Belial, van de duivel. Neen, ze ontkent Gods genade in haar leven niet. Ze wordt ook niet boos. Maar zachtmoedig geeft ze uitleg. Haar ziel was een grote emmer die helemaal vol gestapeld zat met ellende. Jarenlange teleurstelling had haar ziel steeds voller gestapeld. In plaats van begrip, was ze gekweld en gekwetst.
Wat was haar nood? Deze Hanna was jarenlang getrouwd met de leviet Elkana. Ze woonden in Rama, 2 uur ten noorden Jeruzalem. Ze waren gelukkig, maar ze had geen kind. Haar man was buitengewoon goed en zorgzaam, maar de leegte bleef onvervuld. Het gaat dieper dan de pijn van kinderloosheid zondermeer. Het staat in het licht van het uitblijven van Gods belofte. De Heere heeft immers een man beloofd. Die zal de strijd aanbinden met de oude slang. Hij zal hem zelfs de kop vermorzelen. Zo zal Hij verzoening aanbrengen. Hanna is hiermee een type van alle gelovigen van het Oude Testament. Er is een kind beloofd, Die de Messias zal zijn. De kerk van het oude verbond is bezwaard van geest over het uitblijven van de verwachte zoon. Hanna is het type van al Gods kinderen die zien dat de werkelijkheid haaks op Gods beloften staat. De Heere doet soms alsof Hij de gebeden niet hoort, juist opdat we leren bidden. Hij beproeft het geloof, anders wordt het een grenzeloos oppervlakkig geloof. In de weg van beproeving gaan we het Woord van God meer en meer verstaan. Wij zouden medezeggenschapsraad willen, maar Gods raad is beter. Wat is dat benauwd als geen God merken.
Haar man Elkana heeft haar lief. Hij probeert haar te troosten. Hij heeft oprechte zorg voor haar. Hij is een leviet uit het geslacht van Kahath. Heman is een nakomeling (1 Kron. 6:33-34). Tegen Gods inzettingen heeft een tweede vrouw genomen voor de kinderen. Wie van Gods orde afwijkt, heeft geen zegen te verwachten. God kan Zijn liefde aan duizende geven, maar een man kan zijn liefde maar aan een geven om haar gelukkig te maken. Wij willen wel als God zijn, maar wij zijn geen God. Ondanks alle theorien kan geen vrouw zich gelukkig voelen bij gedeelde liefde.
Zo ook in dit huwelijk. Haat en krakeel ontstaat tussen beide vrouwen. Vooral als Peninna wel kinderen krijgt. Ze houdt niet op om Hanna, want zij is de moeder, te sarren. Als ze samen naar de grote feesten gaan in Silo en daar de offermaaltijd gebruiken, doet Peninna alles om Hanna te treiteren. Ze wekt de indruk dat het een oordeel van God over haar leven is dat ze geen kinderen krijgt. Haar tere ziel kan dat niet naast zich neerleggen. Het vat van haar ziel wordt zo vol dat het haar te veel wordt. Ze vertoont ons beeld; haat.
Hanna is bitter bedroefd. De Heere laat het soms ver komen. Zo is ze naar het voorhof van de tempel gegaan. Zo heeft ze haar hart leeg gegoten voor het aangezicht van de Heere. Alle frustraties en pijn van jaren kwamen naar buiten. Alle vragen en waaroms heeft ze aan de Heere voorgelegd. Ze begreep Zijn weg niet. Het was juist geloof dat ze dat eerlijk heeft beleden. Ze heeft haar hele ziel mogen leegbidden. Haar tranen liet ze de vrije loop. Al haar nood en pijn mocht ze bij de Heere brengen en bij Hem laten. Haar Meester zou eeuwen later uitroepen: Mijn God, Mijn God waarom verlaat Gij Mij. Zo baande Hij de weg voor deze vrouw die bitter bedroefd van ziel is.
Haar ziel uitgieten betekent ook dat ze geen verwachting heeft van zichzelf, van de toekomst, van Elkana. Ze zoekt niet de troost in de wijnfles om haar leed te verzachten, ze berust niet op een doffe wijze in de omstandigheden, maar ze zoekt troost bij de Bron van troost en licht.
Wat is het goed om zo nabij God te zijn, om te komen zoals je bent, geen kwaad te verbergen wat in je wordt gevonden. Wat blijdschap smaakte haar ziel in al haar bitterheid dat ze zo contact had met de haar Heere. Hij geeft moed en krachten degenen die hopend op Hem wachten. Er was wezenlijk gemeenschap met de Heere. Dan vergeet je de tijd. Dan word je uitgetild boven jezelf en boven de tijd. Je mag je geheel verliezen aan Hem.
Kun je dat maken? Neen, er is geen recept om daar te komen. Het is niet zo dat je een aantal gedragsregels moet volgen en een paar knopjes om kunt zetten en dat je dan zo je zorgen voor de Heere kwijt kunt. Het is geen Yogo of Transcendente Meditatie. Dat zijn dingen die je jezelf aan kunt leren. Maar dit is een geheim. Je maakt het niet, maar het gebeurt. De Heilige Geest neemt bezit van je en je gaat meezuchten. Wat eerst nooit ging, gaat nu vanzelf.
Ze heeft daarbij ook een gelofte gedaan. Ze heeft de Heere beloofd dat als Hij haar zou aanzien, en dat Hij haar een jongentje zou geven, dat hij dan aan de Heere zou zijn toegewijd. Hij zou een Nazireer zijn, niet voor een paar weken, maar levenslang. Als man zou hij geen kort haar dragen, maar lang haar. Dat zou een teken zijn dat hij zich geeft aan de dienst van God. Ze heeft niet alleen haar zorgen aan de Heere geuit, maar ontvangt daarin de wonderlijke zekerheid dat de Heere haar gebed overneemt.
Toen ze daar iets van tegen Eli vertelde, zag hij zijn geweldige vergissing. Hij heeft niet aan Hanna gevraagd wat dan haar nood was en waarom ze heeft gebeden. Hij heeft als Hogepriester alleen de zegen gegeven: "Ga heen in vrede, en de God van Israel zal uw bede geven, die gij van Hem hebt gebeden". Dat is trouwens meer dan een wens, zoals de zegen aan het einde van de dienst niet een vrome wens is. Hanna heeft gezegd: "laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen", dat betekent zoveel als: "laat het waar zijn". Het is zo groot voor haar. Ze durft het bijna niet te geloven. Maar toch is haar gezicht opgevrolijkt. Last van haar af.
En het is waar geworden. Op haar noodgeschrei heeft de Heere grote wonderen gedaan. Ze is zwanger geworden en heeft een jongentje ontvangen. Ze noemt zijn naam Samuel: "Van de Heere gekregen". Evenals Izaak, Johannes de Doper en Jacob is hij geboren in de weg van het wonder. De eerste jaren kan ze niet meer naar de tempel. Is dat om de verzorging van haar zoontje? het lijkt niet zo heel voor de hand liggend. Immers, Peninna reist met haar kleine kinderen wel naar de tempel. Elkana is niet armlastig, ze zullen best een ezel hebben gehad om de zwakken van het gezin mee te nemen. Is dat omdat ze er zo geweldig tegenop ziet om enkele keren naar de tempel te gaan met haar zoonje en hem mee terug te nemen en dan een volgende keer niet meer terug te nemen? In ieder geval was het voor de mannen wel plicht om jaarlijks de feesten mee te maken, maar voor de vrouwen niet. We kunnen er zeker van zijn dat Hanna niet lauw en laks was in de dienst van de Heere.
2. De biddende HEERE
Hanna heeft een gelofte aan de Heere gedaan. Ze heeft de Heere beloofd dat als ze een zoon zou krijgen, deze voor de Heere zou zijn. Mogen wij zoiets doen? Mogen wij de Heere iets beloven als Hij ons gebed om genezing of om kinderen verhoort? Ik denk het wel. Er zijn wel randvoorwaarden aan verbonden. We moeten ons afvragen of onze belofte aan God geen breekijzer is om onze zin bij God gedaan te krijgen. Een gelofte aan de Heere doen betekent niet dat wij God aan onze kant proberen te krijgen, maar dat wij aan Zijn kant komen en ons volstrekt aan Hem overgeven. Een gelofte mag nooit tegen Gods Woord ingaan. Je moet je ook afvragen of je je niet vertild aan je gelofte. Iemand kan beloven levenslang maandelijks duizend gulden te geven voor een goed doel, maar er kunnen tijden van krapte komen. Iemand kan beloven predikant te worden als hij beter wordt, maar is dat dan een roeping van God? Roomsen beloven tot op de dag van vandaag dat zij in het celibaat zullen leven, maar kunnen we dat doen zonder de gave van onthouding? Een gelofte is zoiets als Thomas Boston. Hij schreef een schriftelijk verbond dat hij op een dag van vasten en bidden plechtig ondertekende om de Heere te dienen. Een gelofte doen we nimmer lichtvaardig. En als we een gelofte doen, dienen we ons eraan te houden. Beter geen gelofte, dan en gelofte die we verbreken.
Hanna heeft geweten wat ze heeft beloofd. En zo komt ze na vier jaar met haar zoontje Samuel naar de tempel. Hij is gespeend, van de moederborst af. Niet voor een week of jaar, maar voor zijn hele leven. Ze doet definitief afstand van haar jongen. Dat is opvallend. Levieten traden in dienst na hun 25e jaar.
Ze heeft hem vier jaar geleden aan de Heere beloofd en nu geeft ze hem over aan Hem. Ze doet dat niet morrend en met een lang gezicht, maar met vreugde. In het volgende hoofdstuk lezen we haar lofzang. Ze jubelt het uit van vreugde in de Heere. Ze roemt in Hem omdat er niemand is gelijk aan Hem. De Heere doodt, maar Hij maakt ook levend. Hij doet ter hel varen, maar Hji doet ook weer opkomen. Ze kan het niet op.
Probeert u zich dat voor te stellen ouders! Hanna heeft zo geweldig verlangd naar een kind en nu staat ze hem af voor de dienst van de Heere. Kinderen zorgden toen voor oudedag. Hier zien we in de praktijk wat de kracht van de Heilige Geest is. Die is sterker dan alle natuurlijke liefde. We krijgen zo'n hart voor de Heere en Zijn dienst dat we onze kinderen ervoor over krijgen; Wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig. Wat dit betreft is Gods genade in onze moderne tijd volstrekt niet verouderd. Hij brengt vaders en moeders nog steeds tot deze overgave. We hebben onze kinderen innig lief, maar we hebben God lief boven alles. Zo kunnen we alleen onze kinderen op de juiste wijze liefhebben. Ouders, kent u iets van dit ouderwetse geestelijk leven?
Hanna geeft haar kind aan de Heere over al de dagen van zijn leven. Dat is voor een moeder geweldig ingrijpend, maar nog extra voor haar als gelovige. Want in de dienst van de Heere ging het er goddeloos aan toe. De priesters Hofni en Pinehas maakten er een zwijnenstal van en Eli ontbrak het aan alle moed om daartegen op te treden. Hofni en Pinehas heten zonen Belials, dat is een naam voor de duivel. Hoe is de dienst des Heeren vervallen! Verschrikkelijk! En toch bleef Elkana ieder jaar naar de tabernakel gaan. Hij wist dat Gods zegen niet afhankelijk is van Zijn knechten, maar van Hem Zelf. Velen hebben allerlei verontschuldigingen voor het bijwonen van de eredienst, maar deze man zou geldige excuses hebben gehad. Hij bleef hopen op herstel.
Moet de jonge Samuel in deze omgeving onderwijs krijgen? En als de oude Eli dan spoedig zal sterven, hij is tenslotte reeds een oude man? Hanna, weet u wel wat u doet? U moet toch ook nuchter zijn? U moet de kosten overrekenen. Is dit niet een daad van overgeestelijkheid? Wat godsdienstwaanzin misschien? Moet pril kind van God bij duivelen? Neen, het is een heel bewuste daad van geloof. Hanna geeft haar kind Samuel niet aan Eli over en nog minder aan zijn twee zonen, maar aan de HEERE, de God van het verbond. Het betekent dat deze vrouw krediet heeft op Zijn verbond en Zijn beloften, verzegeld in de besnijdenis van haar jongen.
Voor het eerste in de bijbel gebruikt Hanna in vers elf het woord HEERE der heirscharen. Dat ziet op die God aan Wie duizenden en miljoenen engelen ter beschikking staan. Die God is bij machte om haar kind te beschermen en niemand anders. En dan kan zelfs een peuter overal zijn. En als we ons kind niet aan de HEERE overgeven, is het nergens veilig. Reformatorische en christelijke scholen bieden geen bescherming aan uw kind als u het niet vooraf aan de HEERE overgeeft.
Ze geeft haar kind aan de HEERE over. Ze geeft hem aan de HEERE terug, zo vertaalt Calvijn. Want Hij is de Schepper van dit kind. Hij heeft recht op hem. Als we ons kind op de juiste wijze ten doop houden, doen we niet anders dan Hanna. Dan geven we ons kind terug aan de Heere. Het is niet ons kind, maar het is Zijn kind. Het is mij alleen maar toevertrouwd om het groot te brengen tot Gods eer en tot zijn zaligheid. Wij menen vaak dat kinderen van ons zijn, maar niets is minder waar. De Heere leent ze aan ons uit. Wij zijn slechts rentmeester. Daarvan vraagt de Heere eenmaal rekenschap.
Het is heel opmerkeljik dat het grondwoord voor "overgeven" betekent zoiets als "uitlenen". De engelse vertaling heeft het ook zo weergegeven. Dus dan staat er dat Hanna haar kind leent aan de Heere. Dat zou de indruk kunnen wekken dat ze toch het eigendomsrecht op haar jongen wil bewaren. Dat de Heere niet de Eigenaar van Hem is, maar dat zij over haar jongen kan beschikken. Zo moeten we dit woord niet lezen. Het betekent dat ze haar kind ter beschikking stelt aan de Heere en Zijn dienst. De Heere mag gebruik van Hem maken. Met hem doen wat Hij wil. Het is restloze overgave.
Daarbij mogen we dit bedenken. Wat je op aarde weggeeft, ben je kwijt, maar niet wat je aan de Heere geeft. Dat is lenen. De Heere is niet karig in het vergoeden van rente op het Hem uitgeleende kapitaal. Hanna heeft dat ervaren. Wat is er gebeurd? Deze onvruchtbare vrouw heeft nog minstens vijf kinderen meer gekregen. We worden van geven aan de Heere niet armer, maar rijker. Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Wie zijn kind aan de Heere verliest, bezit het voor tijd en eeuwigheid.
Met het grondwoord is nog iets aan de hand. Het komt van dezelfde stam als het woord dat Hanna haar kind van de Heere heeft gebeden. Mogen we daarin de lijn zien dat God dit kind van Hanna heeft gebeden. Dat doet Hij vanmorgen; Hij bidt in de Heilige Doop uw kind van u. Hij bidt u heel vurig en heel indringend; geef uw kind aan Mij. Laat Ik voor uw kind zorgen, voor tijd en eeuwigheid. Laat Ik de Vader zijn van dit kind dit het met alle goed verzorg en alle kwaad ten beste keer. Laat het kind een erfgenaam van Mij zijn. Het is reeds van Hem, maar Hij vraagt ook uw gewillige overgave. De Heere vraagt niet dat u uw kind in de tempel brengt, maar de overgave voor Hem en Zijn rijk is even werkelijk als van Hanna.
De Heere kan dat vragen. Hij weet Zelf wat dat is. Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard. In de overgave van Hanna's kind aan de Heere zien we een lijn naar die veel machtiger overgave van de Zoon van God aan deze wereld. Hanna geeft haar kind in een goddeloze omgeving. Voor de jonge Samuel is dat verschrikkelijk geweest. Het was echter gering bij lijden dat dit voor Jezus meebracht. Samuel is oud geworden, maar het Kind van God heeft moeten lijden en is gestorven aan het kruis van schande en vloek. Samuel kreeg tegenstand, maar ook respect, maar Gods Kind is alleen gelaten en verlaten door vijand, vriend en vader. Een man, die een worm werd en geen man meer was. Als dat zich opdringt aan onze ziel en die onbaatzuchtigheid van God ons hart gaan overweldigen, breekt er van binnen iets. Hanna geeft haar kind aan de Heere, maar de Heere gaf Zijn Zoon aan zondaren... Aan zondaren? Zulke afschuwelijke zondaren als wij zijn? Die niet anders doen dan God beledigen? Die alle zelfbehagen moeten verliezen om zichzelf te mishagen? Ja. Zien we de heerlijkheid van Gods gave, dan gaan wij het liefste wat wij hebben overgeven aan Hem? Een verbroken hart geeft zichzelf en zijn kinderen aan Hem als een levend dankoffer. Zelfs voordat wij ons kind krijgen, geven we het reeds aan Heere.
3. De biddende kleuter
U vraagt zich misschien af hoe het met de kleine Samuel is. Hoe ondergaat hij dit alles? Is hij zich ervan bewust wat er allemaal gebeurt? Zal hij straks geen heimwee krijgen naar zijn vader en moeder? Wordt het kind nu niet de dupe van de ondoordachte gelofte van zijn moeder? Zeker onze tijd is er heel sterk in om te benadrukken dat kinderen zelf moeten kiezen. De kinderdoop staat onder druk, want dan kies je voor het kind zonder het kind. Het kind worden nogal wat verplichtingen opgelegd. Kun je dat als ouders je kind wel aandoen?
In Gods koninkrijk is onze wil niet beslissend, maar Gods wil. Hij maakt ook ons zeer gewillig op de dag van Zijn heirkracht zodat we niets liever doen dan Zijn wil goed en heilig achten. Dat gebeurt ook hier. Moet u eens kijken daarop het tempelplein waar vader Elkana, moeder Hanna staan bij de oude priester Eli. De kleine kleuter Samuel buigt daar zijn knieen en bidt de HEERE aan. Hij schaamt zich nergens voor, maar met de vrijmoedigheid van een klein kind bidt hij publiek tot God.
Ieder volwassene staat hier beschaamd te kijken. Wat is de godsvrucht van zo'n kleine jonge heerlijk. Dat kan niet geveinsd zijn. Bij ouderen wordt er wel gezegd; laat het overwinteren en overzomeren. Ouderen kunnen zich anders voordoen dan ze zijn, maar de kleinen zjin integer. Die komen zoals ze zijn. Zo puur, zo oprecht, zo ongedwongen zijn een machtig instrument in Gods koninkrijk.
Het grondwoord geeft letterlijk aan dat hij knielt. Hij maakt zich zo klein mogelijk voor de grote God. Mensen kunnen wel eens afgeven op vormen. De vreze Gods zetelt immers in het hart. Dat is waar. Godsdienst is meer dan vormen, maar vormen kunnen wel de inhoud van het hart ondersteunen. Vormen zijn niet waardeloos. Het knielen is een rijke symboliek om de ootmoed van het hart tot uitdrukking te brengen.
Hij bidt de HEERE aan, de God van het verbond. De God van zijn besnijdenis. De God Die heeft gezegd: Ik ben de HEERE, uw God, Samuel. Zo klein als Samuel is, aanvaardt Hij Gods verbond. Hij wil niets liever dan de wereld verzaken, zijn oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen. Hij begrijpt er met zijn verstand nog maar heel weinig van, maar in zijn hart is pure liefde voor de Heere. Hij heeft Hem lief met zijn hele hart.
Samuel aanbidt de HEERE. Aanbidden is het diepste woord. Heere, U bent zo geweldig goed. Ik houd zoveel van mijn moeder, maar ik houd nog meer van U. Ik wil graag bij U blijven en U altijd dienen. Het is een lofprijzing aan God, een overgave aan Hem. Is Samuel zich dat alles bewust? Hij omvat niet de diepte van alles wat hij zegt en doet. Maar wie doet dat wel? Een kind van God van 80 jaar?
Onze kinderen zijn nooit te jong om de Heere te leren dienen en vrezen. Sommige ouders menen dat. Ze spreken niet met hun kleinste kinderen. Ze doen hen niets voor. Ze wachten tot hun kinderen groter zullen zijn. Terwijl ze niet eens weten dat ze daar de tijd voor zullen krijgen.
Hoe zal het komen dat Samuel deze liefde voor de Heere heeft opgevat? Hoe komt hij aan het symbool om zijn knieen te buigen? Dat heeft God echt niet door een droom aan hem laten zien. Wat dat betreft kent Samuel de Heere nog niet. Hij is veel ouder als de Heere op deze wijze tot hem gaat spreken. Samuel buigt nu niet voor het eerst zijn knieen. De Heere werkt middellijk. In het bijzonder door ouders. Samuel heeft van zijn moeder geleerd tot God te bidden. Hij heeft van mama geleerd hoe je knieen te buigen en je hart voor Hem uit te storten. Zijn moeder heeft hem verteld dat hij was besneden. Hoe goed God was.
Er zit meer achter. Niet alleen de opvoeding van Hanna, maar ook het gebedsleven van Hanna is het geheim van deze godsvrucht. Hanna heeft haar kind aan de Heere overgegeven. Ze geeft hem niet over op de dag bij Eli, maar al vier jaar eerder. En wat is dan de uitwerking? Moet je dan maar afwachten of de Heere aanneemt wat wij aan Hem geven? Neen, wat wij aan de Heere overgeven, neemt de Heere aan! Hij heeft nog nooit een kind afgewezen dat aan Hem werd overgegeven. De moeders kwamen tot Jezus met de babies op hun armen. Heeft Jezus toen gezegd; zij zijn te jong? Dat dachten de dominees van die dagen wel. Maar Jezus heeft voor altijd gezegd: Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet. Jezus ontfermt Zich over de maanzieke knaap, over het dochtertje van Jairus. Wie tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen. Hij heeft een bijzonder hart voor kinderen. Jezus is de grote kindervriend. En zoals Jezus is, is God. Hij heeft graag jonge soldaten in Zijn dienst. Opdat ze als zuigeling reeds geoefend zullen zijn in het dragen van de geestelijke wapenrusting, de zondige gewoonten hen niet binden aan deze wereld en zij kinderlijk.
Hanna kon dat boze hart van het kind des toorns Samuel niet neigen. Alle zaden van boosheid waren in zijn hart voluit aanwezig. Een wereld van boosheid kon je daar aantreffen. Ook de kleine Samuel is geneigd God en zijn naaste te haten. Maar als de Heere Zich over hem ontfermt, schenkt Hij hem zijn Geest. Die doodt de oude natuur, die stort de liefde van God in het hart. Zo wordt onze ziel op de Heere gericht.
Ouders, u hebt zo'n geweldige taak om namens uw kinderen Gods verbond in te willigen. Veel godvrezende vaders en moeders zijn veel te weinig werkzaam met de doop van hun kinderen. Zij menen dat zij de zaligheid van hun nageslacht moeten overlaten aan Gods raad. Zij zien vaak op de voorbeelden van de goddeloze kinderen van Eli, van David, van Izak. Niets is minder waar. U bent verantwoordelijk voor de zaligheid van uw kleinen. Onderhandel gelovig met de God van het verbond, opdat al uw kinderen van Hem geleerd zullen zijn. Niet zien op omstandigheden, maar zien op Zijn Woord: Om u te zijn tot een God en uw zaad na u in hun geslachten. Grootouders, bent u werkzaam met uw kleinkinderen?
Het is een geweldig donkere tijd in Israel. Er is eigenlijk geen ware kerk meer over. De hele eredienst is vervallen. In deze tijd zien we een kostbaar bewijs van Gods genade. De helderste lichten schijnen vaak op de duisterste plaatsen. Wij beleven inderdaad aangrijpende tijden, maar meen nooit dat de tijd voor God te donker is om te werken. Laat u geen doemdenken voor uw kinderen aanpraten. De God van het verbond is altoos dezelfde. Kinderen, heb je er iets op tegen om je hele leven in de dienst van de Heere te besteden? Je begrijpt dat Samuel nu niet voor het eerst in zijn leven zijn knieen buigt en spreekt met de Heere. Je hebt ook wel een slaapkamer waar je je knieen kunt buigen zonder dat iemand het ziet. Dan kun je met de Heere praten. Doen jullie dat? Laat dat jullie verlangen zijn: "Heere, maak mij net zo gelukkig als Samuel?"
Jeugd, hoeveel jaren zijn er al onvruchtbaar voorbij gegaan als je nog nooit de Heere hebt ontmoet en Hem niet kent. De wereld lijkt heel wat, maar biedt uiteindelijk niet. De God van jouw doop geeft jou alles wat je ontbreekt. Roep Hem aan, loop Hem aan en zo zal het je ervaring zijn dat Hij alles is. Zoek Jezus veel, zoek Jezus vroeg, wie Jezus heeft, heeft genoeg.
Ps. 81:12, 105:3, 22:5, 91:1, 31:1, 115:7, 18:8, 116:1,8,10, 66:7, 17:3.
literatuur; Gill, Henry, Pieters (verzamelde aren 7), A. Murray, Pulpit, Goslinga (KV), Schroten (P. 49-50), Calvijn, C. Smits,