1 Johannes 4:8b: God is liefde

Een paar vooropmerkingen:

1. Dit is de meest misbruikte tekst in de bijbel. Te pas en te onpas wordt dit woord gebruikt. De grootste spotters zijn het snelste klaar met Gods liefde. Zal Hij de zonde ook wel niet erg vinden. Kan ik het er wel op wagen. Ik ga ervan uit dat er geen hel is. Dat alle mensen van alle godsdiensten zalig worden. Het enige dat mensen uit de bijbel halen en de rest van de Schrift laten voor wat het is. Dit komt hen goed uit en past in straatje.

2. Meest aangevochten Woord van God. Hoe kan er zoveel ellende in de wereld zijn als God liefde is? Waarom heeft God de mens dan zo gemaakt? Is God liefde als er zomaar in Israel zelfmoordcommando’s rondlopen en op een bus inrijden of in een huis naar binnen stappen en daar kinderen onder een bed gekropen doodschieten. Niet alles in media. In Joegoslavie zulke verschrikkelijke dingen. Zo verschrikkelijke kanker bij iemand die altijd sociaal was.

  En dan nog een laagje dieper: Hoe kan God liefde zijn als er in de Bijbel staat: Jacob heb ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat.

3. Meest diepe woord van God.

a. De diepte van dit woord verstaan we niet als we dit Woord toepassen op Gods schepper­sliefde. Dat is ook Zijn liefde. Het is Zijn liefde om de wereld te scheppen. Hij verhoort gebeden van raven zelfs. Hij doet op aarde aan alle schepselen wel, Matth. 5:45. De grootste atheisten en spotters krijgen elke dag Zijn gaven. Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken. De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Engelen en mensen vormen het hoogtepunt van Zijn schepping.

  Heel de schepping draagt de sporen van Zijn goedheid. De bomen geven en geven vruchten. De rivieren geven hun sappen aan de weilanden en doordrenken deze. Gevende goedheid van God. Ook niet-godvrezende moeders hebben een hart voor hun kinderen en geven hun hart en hun tijd en hun liefde en hun zorg. De Heere zorgt beter dan de beste vader op aarde zorgt voor Zijn schepselen. Dag aan dag overlaadt Hij ons.

  Deze liefde van God aan al Zijn schepselen is geweldig groot. Het zijn de goedertierenheden die tot bekering leiden. Daarin is genoeg roepstem en kracht om Hem te erkennen als de goede Gever. Deze liefde blijft echter algemeen. Je wordt er niet mee zalig.

b. De diepte van dit woord schittert in Gods liefde als Hij zondaren redt. Het tekstverband maakt dat ook wel duidelijk. Gods liefde schittert daarin dat Hij Zijn Zoon heeft gegeven. De enige manier om dit woord - en de diepte ervan - te verstaan is om het vanuit het hart van een geredde zondaar te bezien. Dit woord is niet een woord om over te redeneren, maar een woord van verwondering. Het is een geloofsbelijdenis. Een jubellied. Een woord vanuit de diepte van een verbroken hart.

  Juist vanuit het geloof zien we de diepte van dit heerlijke woord. Dan hebben we schroom. Zullen wij zeggen wie God is? Het gaat over het diepste wezen van God. Dan heet het niet dat Hij liefdevol is, maar dat Hij liefde is. Wilt u zeggen wie God is, dan moet u zeggen dat Hij liefde is. God kiest niet voor liefde, maar Hij is liefde. We staan hier op heilige grond. Hoe diep, hoe rijk is het thema. We stamelen het woord uit.

  In het geloof verstaan we ook hoe persoonlijk dit woord is. Het is geen dogma, maar het wil zeggen: Gij zijt liefde. Gij hebt mij lief. Hij is liefde voor mij. Het is het woord dat het kind tegen de moeder zegt: Wat bent u lief. Zo willen we het vanmorgen horen; als de intieme taal van het hart. Het hart van Johannes.

 


A. God de Heilige Geest is liefde. Zijn werken zijn met liefde gedaan. Ze zijn een uiting van de liefde in Zijn hart. Ik vroeg niet naar U, maar Gij vroeg naar mij. Ik wilde niet overtuigd worden van mijn zonden. Ik wederstond altijd de Heilige Geest. Ik wilde de wereld niet loslaten en mijn vrienden niet opgeven en geen schuldenaar voor God worden. Ik wilde altijd mijn zonde verkleinen en vergoeilijken. Het was niet zo erg. Het kwam door mijn geboorte en karakter. Maar U hebt gewerkt ondanks mijn tegenstand. In liefde hebt U al deze tegenstand verdragen.

  Ik dwaalde als een schaap in het rond en U hebt mij opgezocht. U overtuigde mij van de ijdelheid van de wereld. U bepaalde mij bij het gewicht van mijn ziel. U toonde mij de kwaal van mijn hart. U zette mij stil bij de levensvraag. Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart, maar U hebt mij overtuigd van mijn zonde en ongeloof. Ik kende geen hulpeloosheid en hoogmoed, maar U hebt de vinger erbij gelegd. Ik kende geen geestelijke wet, maar U leerde mij dat Ik vleselijk ben. Het was uw liefde die mij deed ontdekken dat ik God niet liefheb en dat ik geneigd ben God te haten. Zo hebt U de kwaal aangewezen en blootgelegd. Het pijnlijke werk van ontdekking uitgevoerd. U leerde mij hoe onwaardig ik ben.

  De liefde van de Geest gaat echter nog veel verder. Hij werkt niet alleen aan ons, maar woont in mij. De Heilige Geest heeft niet Zichzelf gezocht, maar Hij heeft in liefde Zichzelf gege­ven. U wilde in mijn onheilige en boze hart komen wonen. Mijn hart is erger dan een vuilnis­belt waarin de zonde ligt te rotten en te bederven en te stinken. En daar bent u in gekomen. Wat heeft u bewogen?! U hebt Uzelf niet gezocht, maar Uzelf in liefde gegeven.

  Het was de Geest Die Gods liefde in mijn hart uitstortte (Rom. 5:5). Dat maakte mijn hart week. Dat gaf in mijn hart verslagenheid en berouw. Dat werkte de overgave om mijzelf aan de Heere gewonnen te geven. U maakte mij zeer gewillig op de dag van Uw heirkracht. U werkte het willen en het werken. Dat was in staat om de harde kern van mijn ziel te raken, zodat ik alle zelfhandhaving tegenover de Heere verloor. Het was deze zuivere liefde die mij aan mijn zelfzucht ontdekte. Deze liefde veranderde mijn hardheid in zelfverloochening. Het bastion van mijn ziel werd erdoor geopend.

  Zo hebt u ook de balsem in de wonden gegoten, met zoveel liefde en zorg. U verheerlijkte Christus niet alleen in het Woord, maar in mijn hart. U openbaarde de Heere Jezus Christus. U toonde mij Zijn wonden, Zijn vernedering, Zijn overwinning, Zijn glorie, Zijn volkomen verzoening. U werkte het geloof om Hem te omhelzen. U getuigde met mijn geest dat dit het evangelie en zo gaf U de diepe vrede.

  Zo hebt U de liefde tot de wereld gedood, de liefde tot de zonde overwonnen. De liefde tot God gewekt. De honger naar Hem. God liever dan vader of moeder. De hunkering om ge­meenschap met de Heere te ontvangen. De hele dienst van de Heere werd een liefdedienst. Ik kreeg Uw geboden zo lief. Hoe lief heb ik Uw wet. 

  Ik ging haten wat ik liefhad en liefhebben wat ik haatte. Zou ik niet haten wat U haat? Voorheen vroeg ik: wat ziet daar voor een kwaad in? Nu is de vraag: wat zit er van God in? Ik zie zoveel dat leeg en ijdel is en geen vulling aan het hart geeft. Ik kan dat alles wel missen, omdat U mijn alles bent. 

  Wat is uw liefde trouw. Ik bedroef U elke dag. Ik vergeet de Heere dagen zonder getal. Er is zoveel bederf in mijn hart. Ik zak steeds weer af in mijn ijver voor Uw dienst. Maar U haalt mij steeds weer terug en de Geest bidt in mij met onuitsprekelijke zuchtingen. Steeds die hunkering naar God.

 

B. Wat een liefde van de Zoon. Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf zo voor mij overgegeven. Zijn hele hart was in Zijn menswording. Hij heeft Zichzelf niet gezocht. Maar Hij heeft Zichzelf gegeven. Geen gulden heeft Hij voor Zichzelf begeerd. Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen.


  Wat een liefde dat U voor mij uit de hemel kwam. God wordt mens. Engelen kunnen het niet zeggen, Ere zij God. Wat een liefde in Zijn omwandeling. In Zijn zwijgen dat Hij niet weder­schold als Hij werd gescholden. In Zijn angst in Gethsemane. Grote druppels bloed. In de rechtszaal, zo vernederd. Hij zweeg stil toen Hij op Zijn gezicht werd geslagen, zo ontluisterd. Gabbatha, opnieuw gezwegen, om Zichzelf niet te verdedigen en de mond van tegensprekers te stoppen. Gezwegen toen menigte riep: Kruis Hem. Liefde in hart op Gethsemane. In wereld, in de vloek, in de ellende. Voor Zijn zuivere ziel een marteling om temidden van onheiligen te leven. Moordaanslagen op Zijn leven, Matth. 2. Toorn van God dragen, hoe vreselijk voor Zoon om toorn van Vader te dragen, terwijl gewend aan liefde. Het behaagde God Hem te verbrijzelen. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Hij droeg bloedschande lot, dronkenschap Noach, overspel David, kinderdood van Manasse. In gezicht gespugd, door onreine vuile duivel verzocht. Met moordenaars gerekend. Aan haar getrokken, Koning genoemd, bespottelijk gemaakt, spijkers door handen. Ziel in grote angst en ontzetting. Geest bezweek onder wraak Gods.

  U hebt constant mij op het oog gehad. U wilde offer, altaar, tempel en priester zijn. U hebt alles gedaan.

  Ik heb niet Mijn gaven gegeven, niet een engel gezonden, maar Ik ben Zelf naar deze aarde gegaan om u te verlossen uit de verblinding van de boze, de schuld tegenover God, de geeste­lijke doodstaat, de helwaardigheid, de vuile bron van wanbedrijven. U bent schuldig, Ik ben uw gerechtigheid. U bent dood, Ik ben uw leven. U bent blind, Ik maak ziende. U bent hel­waardig, Ik breng in de hemel.

  Ik ben gekomen om te zoeken. U zocht niet. U zocht de zonde en het ongeloof en de hemel. U was als de Gadarenen; u bad om Mijn vertrek. U was als Ezau, liever schotel linzemoes dan Christus.  U kon weken leven zonder aan God te denken. Als u boodschap had gehad dat God dood was, opgelucht adem gehaald. De ene was een dronkaard, de andere een vervolger van de gemeente, de derde een dienaar van het geld, een vierde een brute gevangenbewaarder. Maar Ik ben gekomen om u te zoeken. Net zolang gezocht totdat Ik gevonden heb. Om u nimmer los te laten.

  U hebt de dure prijs van Uw leven voor mij op tafel gelegd. Het was voor u als voor Jacob: Het waren hem slechts enige dagen, omdat hij liefde had voor Rachel, om al die 14 jaar voor haar te werken. Zo hebt u zwaar gearbeid. Onbegrijpelijk dat u dat voor mij overhad. Ik had niet anders gedaan dan geboden Gods overtreden. Dan U tegenstaan. Zo vuil, zo gemeen, zo schuldig, zo goddeloos, zo moedwilllig, zo vijandig, zo afkerig. Nauwelijks zal iemand voor een vriend sterven, U deed het voor een vijand. Ik ben het helemaal niet waard en U hebt het gedaan. Onbegrijpelijke liefde.

  Christus zegt tot Zijn kerk: Om de vreugde die Mij was voorgesteld, heb Ik het kruis verdra­gen en de schande veracht. Het was Mij zo’n vreugde om uw verlossing te zien en om u te zien bij de schare die niemand tellen kan.

  Wat een liefde in de hemelse heerlijkheid. U bent mij daar niet vergeten. Terwijl U door zoveel heerlijkheid bent omringd, is Uw hart op de aarde. U bidt altijd aan de rechterhand van Uw Vader dat mijn geloof niet zal ophouden. Ik doe alles om het geloof uit te blussen, maar U bent erop betrokken. U verlangt als een Bruidegom naar mijn hart en mijn liefde. U ziet uit naar mijn verlangen. Een druppeltje geloof in mijn hart is als een oog dat het hart van de Bruidegom inneemt. Hoogl 4:9.

  Ik ben zo betrokken op u. Uw zaak, uw zaligheid is Mijn zaak. Ik ken de gevaren van de pelgrimsreis als geen ander. Daarom bid Ik dat uw geloof niet zal ophouden.U verkeert op vijandig gebied. De boze, de verleidingen van de wereld, uw eigen hart strijdt met het oprech­te geestelijke leven. Het is een kaarsje in een loeiende oceaan.

  Oceanen van ongerechtigheid kunnen de liefde in Mijn hart niet uitblussen. Ik weet hoe ontrouw u bent. Dat u andere minnaars volgt. Dat u geestelijk overspel pleegt. Uw liefde geeft aan aardse dingen. Veel meer bezet bent met het aardse dan nodig is. Dat u begerig bent naar genot, vrouwen, rijkdom, gemak, meer dan naar Mij. U beledigt Mij verschrikkelijk daarmee. En toch blijft de liefde in Mijn hart branden. Ik blijf u zoeken.


  wat een vastheid en zekerheid bloeit hieruit op: Ik ben verzekerd dat niets kan scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, Rom. 8.

  Ik open Mijn hart: Ik verlang zo naar u. Het is mijn dagelijkse en constante bede: Ik wil dat waar Ik ben ook u bent. Ik hunker ernaar om u Mijn volle liefde te geven.

  Rutherford: alle oceanen inkt, alle bomen tot papier, ieder gelovige levenslang schrijven, dan nog niets gezegd van deze liefde. Ef. 3:18.

 

C. Zo komen we bij de bron van alle genade, de Vader. Zijn hart brandt eeuwig. Jer. 31:3. Ik heb u altijd persoonlijk een plaats in Mijn hart gegeven. Mijn hart was ongedeeld. Ik heb u niet liefgehad met een miljoenste van Mijn liefde, maar met al de liefde van Mijn ziel. Ik was u kwijt. Ik kon u niet missen.

  O wonder. Ik woon op de aarde. De aarde is een speldeknop in het heelal, een mugje dat rond de Domtoren vliegt. En dan dat oneindige reine Vaderhart op mij gezet? een mens temidden van de miljoenen sterren? Belang gesteld in mij. Een offer gebracht voor mij. Het offer der offers voor mij? Voor iemand die U haat, en walgelijk is. Man bemint vrouw, maar als vrouw gestorven is, zeggen wat Abraham zei: “Laat de dode van mijn aangezicht weggedaan wor­den.” Als mensen zouden weten wat er in mij leeft, mij nooit meer een blik waardig keuren, en U bemint mij zuiver en onveranderlijk?

  U niet gezocht door mij, maar u zocht mij. In aanraking met Woord op wonderlijke wijze. Gedoopt. Woord kracht gedaan. Getrokken. Gegeven aan Zoon. Ik ben gevonden van degenen die naar Mij niet vraagden. Ik moet heden in uw huis blijven.

  Dat kan toch niet! Er was een boef in gevang. predikant geeft opdracht met krijt op deur te schrijven: God is liefde. De grootste spotter deed het ook. Toen brak er iets. Dat kon niet. Hij had geen liefde verdiend, zeker niet van God. Hij vond vrede.

  Zijn liefde gaat voor alles. Voor het offer van Christus! Voor mijn zonde, voor mijn bestaan. Niet toen ik berouw had en tegen zonde ging strijden. Geen voorwaarde, maar vrucht. Zijn liefde wordt niet opgewekt door iets in mij, door mijn geloof of mijn liefde, of mijn berouw. Neen, het komt eeuwig uit Hem stromen.Voordat er een sprankeltje geloof, heiligheid. Gans anders dan aardse liefde. Opgewekt door iets in karakter dat aantrekkelijk is. Wij waren walgelijk. Wij mishagen God als zondaar.

  Zo lief heeft God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Hierin is de liefde van God geopenbaard, de liefde was er al!!, dat God Zijn eniggeboren Zoon in deze wereld gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden. In deze kleine baby is alle liefde van God vlees en bloed. God bevestigt Zijn liefde jegens ons dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Rom. 5:8. Voor iemand die nooit ene dienst Hem heeft bewezen, maar ondankbaar Hem heeft behandeld, Naam ontheiligd en door slijk gehaald.

  U hebt mij lief als een zoon, evenals Uw eniggeboren Zoon. U adopteert mij omwille van Hem tot Uw kind. 1 Joh. 3:1.

  Uw eeuwige liefde verandert nimmer. Niet aan stemmingen onderhevig. Geen koelte en lauwheid in liefde. O, wat een bron van vastheid en zekerheid.

 

  Vrucht hiervan:

1. Heilige onbezorgdheid. Als Hij Zijn Zoon geeft, zal Hij dan niet alle dingen met Hem schenken. Hoeven wij toch niet bezorgd te zijn? Kind dartelt zo onbezorgd. Leeft uit zorg van vader. Kijk eens naar de lelie. Arbeidt niet en spint niet. God voedt het. Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed gelijk onbezorgde lelie.


2. Verootmoediging. Het is te groot. er is niets dat zo verbreekt als een gezicht op de liefde van God voor mij. Job 42:5-6. Dat Hij mij zo liefheeft dat Hij Zoon voor mij geeft. Dat Hij mij eeuwig een plaats in Zijn hart gaf. Onuitsprekelijk. Mijn ziel versmelt. Ik ween van vreugde en verwondering. U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan. En dat voor zoeen als ik ben. Milde handen vriendelijk ogen, zijn bij U van eeuwigheid.

3. Aanvechting; kan dit wel? Ben ik wel geschikte partij voor de Heere? Ik zo onheilig en dan delen in de liefde van God?

4. Wederliefde. Ik zal U al mijn liefde waardig schatten. Liefde zoekt gemeenschap. Jongen en meisje zoeken eenzaamheid. Van hart tot hart met elkaar spreken. Verborgen omgang. Ver­langen en hunkering. 1 Kor. 2:9. Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Ps. 63. Schaamte over gebrek aan liefde. Strijd tegen lauwheid. besef van ondankbaarheid. Zo koud. Martelaren hadden onbaatzuchtige liefde. Toch was het voor hen maar een druppeltje vergele­ken met oceaan van Christus’ liefde. Sterren niet te vergelijken met de zon. 

4b. Liefde tot geboden van mijn Heere. Liefde tot zonde gedood. Haat tegen zonde.

4c. Liefde tot wereld gedood. Wereld zo ijdel. Niet: wat voor een kwaad erin? Maar wat voor een goed erin?

5. Troost in de zorgen. Heere, als U mij liefhebt, dan is het goed. Dat is mij meer waard dan het fijnste goud op aard. Ps. 97:7. Uw aangezicht in gunst tot mij gewend, schenkt mij in het kort verzadiging van vreugde. rom. 5:5. Roemen in verdrukking. Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Achter alle depressie, zorgen, tegenspoed, werkeloosheid, rouw, staat de oneindige God. Hij vergeet nimmer.  Rom. 8:28. Middelen van Gods genade. Wat is God goed.

6. Liefde is wonderlijk, zij vermenigvuldigt. als het eenmaal begint, breidt het zich uit en u weet niet waar het eindigt. Liefde tot broeders. 1 Joh. 3:14. Als God deze zondaar tot Zijn kind heeft aangenomen, wie ben ik dat ik deze broeder niet zou liefhebben in al zijn kortzich­tigheid.

7. Liefde tot minste broeders. Vlees heeft respect voor de groten en de machtigen en de wijzen. Het wil liefde krijgen. Er zijn maar weinig mensen die het opnemen voor de zwakke en verachte en gesmade. Maar het ware geloof let op de kleinen. Het heeft gevende liefde, die zichzelf niet zoekt. Iemand die niets terug kan geven, daaraan geven. Dat is de echte liefde.

8. Liefde van Christus dringt tot niet-broeder. Zendelingen. Geen rivier te breed, geen berg te hoog, geen oerwouden te gevaarlijk om Naam van Christus bekend te maken. Zeventig maal zevenmaal vergeven. Bede dat vijand bevrijd uit boeien van ongeloof en vijandschap. Liefde doet verlangen dat bevrijding. 

9. De hemel is een volheid van liefde. Zuiver. Nooit zat worden. Eeuwig jong en fris.

 

Kent u deze liefde van God? Dan bent u oneindig zalig. Kent u deze God niet, watn bent u dan arm en ongelukkig. Jes. 55:6.

 

literatuur: vdBosch, J. Murray, Spurgeon (2448), J. van Laren.