Geestelijk leven

In mijn voorgeslacht waren godvrezende mensen. Ook van mijn vader weten we dat hij de Heere Jezus kende. Vooral zijn gebeden legde daar getuigenis van af en maakten in de ziel van ons gezin een blijvende indruk. Hij sprak ook met ons als zijn kinderen over de ernst van de eeuwigheid. Hoewel ik in een christelijk gezin ben opgegroeid, kende ik jarenlang de Heere niet. Het was op mijn achttiende jaar dat ik mij met een schok realiseerde dat ik zonder God was. Toen een vriend van mij aan een tumor in zijn hersenen stierf, voelde ik dat ik niet was wedergeboren en geen vergeving van mijn zonden had. Toen ongeveer in diezelfde tijd mijn verkering uitging, drong het tot mij door dat ik God miste. Er kwam in mijn ziel een heimwee naar die God Die ik niet eens kende.

Om bij God te komen, ging ik mijn leven reformeren. Ik ging aandachtig luisteren in de kerk, ik las goede boeken en ik was intens bezig met de dingen van Gods koninkrijk. Ik kreeg aanvankelijk de indruk dat ik aardig op de goede weg was. Totdat de Heere daarin blies. Zjin wet werd voor mij realiteit. De diepe strekking van Gods wet ging tot mij doordringen. De Heere kijkt niet naar de buitenkant, maar naar de binnenkant. Zijn oordeel gaat ook over gedachten, begeerten en motieven. Gedurende lange tijd las ik dagelijks de uitleg van de tien geboden in de Catechismus. Bij elk gebod moest ik zeggen: "schuldig". Als ik berouw en droefheid over mijn zonden voelde, voelde ik tegelijk dat het honderdmaal erger was dan ik beleefde.

Wat was het voor mij een wonder dat ik onder de prediking hoorde dat er een Zaligmaker is. Ik meende dat iedereen opgetogen over deze boodschap de kerk moest uitgaan, maar daar merkte ik niets van. Nu ik hoorde dat Jezus zondaren zalig maakt, probeerde ik mij voor Jezus aangenaam te maken. Ik wrong mij in droefheid over mijn zonden. Zo wilde ik Jezus bewegen ook mijn Redder te zijn. Totdat de Heere mij liet zien dat dit alles goddeloos ongeloof is. We hoeven Jezus niet te bewegen, maar Hij is bewogen. Ik probeerde Hem aan mijn kant te krijgen, zonder aan Zijn kant te komen. In deze tijd werd het ook werkelijkheid voor mij dat wij werkelijk vijanden van God zijn. Ik was onmachtig mijzelf te helpen en te verbeteren.

Zo moest en mocht ik het van de Heere verliezen. Ik zag mezelf zoals Hij mij zag; walgelijk en verdoemelijk. Mijn hart verbrak eronder en ik billijkte Gods oordeel. Toen heeft God Zijn Zoon in mij geopenbaard. Het is onvergetelijk dat ik onder de prediking zat van de oude ds. C. Smits die preekte over Deut. 34:5. De weg der zaligheid ging voor mij open. Het licht van het evangelie stroomde mijn ziel binnen. Ik zag de gerechtigheid en de gewilligheid van de Heere Jezus Christus. De toorn van God is in Hem geblust. Wat een wonder!

Daarna heb ik tijden geworsteld met de zekerheid over de vergeving van mijn zonden. Ik had ook verkeerde bevattingen van de orde van het heil. De theologen uit de tijd van de Nadere Reformatie brachten mij echter terug tot de Schrift, zodat ik klaar mocht zien dat het geloof rechtvaardigend van aard is. Zo kwam er ook meer helderheid en zekerheid over mijn geestelijke staat voor God. Kort samengevat moet ik zeggen: "Ik heb nooit naar God gevraagd, maar Hij heeft naar mij gevraagd."

Met een zeker heimwee kan ik terugdenken aan die eerste liefde. Wat lag het helder en zuiver. Hoe doortintende de liefde van Christus mijn hart. Elke preek en elk gebed en elke bestudering van Gods Woord gaf onderwijs, kracht en troost. Ik kon er niet van zwijgen. Er kwamen vrienden op mijn levensweg die hetzelfde geheim kennen.

Gods weg is ook een weg van afbraak in onszelf. Hij bekeert ons van boze werken, van goede werken en ook van onze bekering. De gebrokenheid van het geestelijk leven heb ik op een pijnlijke wijze ervaren: "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God door Jezus Christus onze Heere" (Rom. 7:24-25). De Heere heeft veel werk aan mij, omdat ik zo onverbeterlijk ben, zo dwaalziek en zo hardleers. Hij is echter zo'n goede Herder Die steeds opnieuw Zijn verloren schaap opzoekt. Het is zo'n wonder dat Hij de honderste keer even gewillig is om te vergeven als de eerste maal. Ik zou het zou goed kunnen begrijpen als Hij mij helemaal moe zou worden. Maar het is zo'n heerlijke verrassing als steeds opnieuw blijkt dat Hij in mijn ontrouw trouw is. Ik herken mijzelf in de woorden van Zef. 3:12: "Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam van de Heere vertrouwen." Dit is een heel arm zondaarsleven, want ik krijg niets in handen en kan nergens over beschikken. Het is pure afhankelijkheid van Hem. Ik heb niets en ben niets, maar Christus is alles. Achter Christus staat de Vader. Christus is gezalfd met de Heilige Geest. Zo staat de drieënige God garant voor de zaligheid. Het werk van de zaligheid ligt vast in Gods verkiezing, verwerving en volhardende inwoning van de Heilige Geest. Hij laat nooit varen het werk dat Zijn hand begon. O wonder! Soli Deo Gloria. Ik zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheden.