Persoonlijke informatie

Op 6 maart 1963 ben ik Maarn geboren als de oudste van elf kinderen. De lagere school doorliep ik op de pas opgerichte reformatorische school te Scherpenzeel. Zo was ik er als jonge jongen aan gewend om dagelijks ongeveer 16 km te fietsen. Na de basisschool bezocht ik het Van Lodenstein-College te Amersfoort. Ik bleek een exacte aanleg te hebben. Vooral de vakken wis- en natuurkunde lagen mij wel. Toen ik achttien jaar was, verliet ik het ouderlijk huis om in Delft op de Technische Universiteit Technische Natuurkunde te gaan studeren. Na het behalen van het kandidaatsexamen, ben ik drie maanden voor de Eben-Haëzer zending naar Zimbabwe geweest om daar het kindertehuis Thembiso te voorzien van zonnecollectoren.

Toen ik terugkwam, ben ik met de theologische studie in Utrecht begonnen. Dit was een grote verandering in mijn leven, aangezien ik van kindsaf altijd min of meer had gedacht om in het bedrijfsleven terecht te komen of zelf een onderneming te leiden. Dit zit ons in het bloed. Mijn vader startte in 1959 een kleine onderneming in de metaalindustrie. Door de jaren heen is dit bedrijf gegroeid. Momenteel bestaat de Van Vlastuin Groep uit vijf onderdelen: Vlastuin Metaalcomponenten (toeleverancier voor zwaardere metaaldelen), Marver (toelevering voor lichtere metaaldelen), Comar (testapparatuur voor autogarages), D-Tec (containertrailerbouw) en Mechtronic (assemblage van werktuigbouwkundige en electronische apparatuur). Zo'n 130 mensen werken voor de Groep. Het was zeer aangrijpend dat mijn vader Jan van Vlastuin op 21 januari 1997 plotseling stierf. Momenteel drijven twee broers de onderneming.

In 1988 behaalde ik het doctoraal, terwijl ik in 1990 mijn kerkelijke studie afrondde. Een jaar was ik twee dagen per week godsdienstdocent op het Van Lodenstein-College, afdeling Hoevelaken. De praktische lessen voor het predikantswerk deed ik op in Den Haag en Elspeet. Op 24 mei 1990 heeft ds. D.J. Budding mij bevestigd in de gemeente van Wouterswoude, in de Friese Wouden, bij Dokkum. Deze streekgemeente is klein, maar hecht. Randkerkelijkheid komt hier niet voor. Men is bij de kerk en dan ook trouw, of men wil van de kerk niets weten. De scheiding die zich in andere kerkelijke gemeenten bezig is te voltrekken, was daar reeds geschied. Mede vanwege het kerkelijk isolement is er in deze gemeente een bevrijdende ongecompliceerdheid. Er was daar een geestelijke kern en men legde van de omgang met de Heere vrijmoedig getuigenis af. De sporen van het Friese Reveil uit de 19e eeuw gaven mij een extra verbinding met deze streek in ons land.

 

Onze familie:

De tijd te Wouterswoude was ook een bijzondere tijd omdat ik daar mijn vrouw Wilma Wiersma leerde kennen. Zij is afkomstig uit een boerengeslacht. Ze is de jongste in een gezin van vier kinderen. In afhankelijkheid van de Heere, kwam het op 17 juni 1993 tot een huwelijk. We hebben inmiddels drie kinderen. De oudste is geboren op 17 maart 1994 en is vernoemd naar de oudste zus van mijn vrouw die zes weken voor ons huwelijk plotseling stierf aan een onbekend virus. Op 30 december 1995 ontvingen we uit Gods zorgende hand onze Hennie. Op 11 augustus 1998 werd ons gezin verrijkt met de geboorte van Jan.

Toen ik naar Wouterswoude vertrok, was in mijn hart de overgave om daar levenslang te blijven. Maar de Heere besliste anders. Toen de roepstem van de gemeente van Opheusden kwam, herkende ik dat als een roeping van de Zender. Op 4 januari 1995 werd ik daar bevestigd door mijn voorganger ds. P. de Vries. Was de gemeente van Wouterswoude overzichtelijk, deze gemeente is ongeveer ruim zesmaal zo groot. De kerk is meer volkskerkelijk en het dorp kent meer tradities. In het dorp heerste een lijdelijke geest, hoewel bij de trouwe kerkgangers het denken wel gezond was. Naar verhouding waren hier minder kinderen van God dan in Wouterswoude, maar in het algemeen wel helderder. Ik heb hier bijzonder rijke momenten onder de bediening van het Woord gehad. Al wist ik niet waar en hoe het Woord werkte, de tegenwoordigheid van de Heilige Geest was merkbaar. Je merkte al prekend dat het Woord erin ging en dat het kracht deed.

Toen de roep van Katwijk kwam, heb ik gemeend dat dit de weg van de Heere was. Zo zijn we op 14 augustus door mijn voorganger ds. J. Vroegindeweij bevestigd met de woorden uit 1 Kor. 3:11. Aansluitend daarop heb ik intrede gedaan met 1 Petr. 2:4-5, met de bede dat de Heere ook in Katwijk vele stenen uit de kille steengroeve van deze wereld zal loswrikken en zal leggen op de levende Steen Christus.

De kerken van Wouterswoude en van Opheusden.