| V. |
Ik vraag me wel eens af of Hij mij lief heeft. Als Hij een God
van liefde is, waarom is er dan zoveel ellende en verdriet in de wereld?
|
| A. |
In zijn boek, de Bijbel, toont God ons, dat onze zonden de oorzaak van
alle ellende en verdriet zijn. Het is waar dat God zijn liefde aan de
hele wereld openbaart, zoals wij dat in een van de meest bekende verzen
van de Bijbel kunnen lezen:
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren
Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren
ga, maar eeuwig leven hebbe. Johannes 3:16
Gods liefde wordt in de Bijbel echter nader bepaald:
De weg van de goddeloze is de HEERE een gruwel, maar wie gerechtigheid
najaagt, heeft Hij lief. Spreuken 15:9
Want de HEERE kent de weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen
vergaat. Psalm 1:6 |
| |
|
| V. |
Maar ik ben niet slecht. Ik ben een fatsoenlijk en degelijk persoon.
Het goede dat ik tijdens mijn leven gedaan heb zal zeker véél meer gelden
dan het verkeerde dat ik ooit gedaan heb. Hoe kunnen deze bijbelverzen
op mij slaan? |
| A. |
Volgens Gods maatstaf van gerechtigheid beschouwt God zelfs de meest
morele mensen als zondaren, die reddeloos op weg naar de hel zijn. De
Bijbel wijst erop, dat niemand van zich zelf goed genoeg is om in de hemel
te komen. Integendeel, wij zijn allen zondaren en staan allen schuldig
voor God.
Gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er
is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt. Romeinen
3:10-11
Arglistig is het hart boven alles, ja, verderflijk is het; wie kan
het kennen? Jeremia 17:9 |
| |
|
| V. |
Als ik zo goddeloos in Gods ogen ben, wat zal Hij met me doen?
|
| A. |
De Bijbel wijst er verder op, dat aan het einde van de wereld alle
goddelozen een eeuwigdurende straf moeten ondergaan, in een plaats, genaamd
Hel.
Want een vuur is in mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten
van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt
de grondvesten der bergen. Ik zal rampen over hen ophopen, al mijn pijlen
tegen hen afschieten. Als zij uitgeput zijn van honger en verteerd van
koortsgloed en dodelijke ziekte, dan zal ik de tanden der wilde dieren
tegen hen loslaten, met het venijn van wat schuifelt in het stof.
Deuteronomium 32:22-24 |
| |
|
| V. |
Hoe kómt u erbij! Er bestaat toch geen hel?! Zó erg staat het er
niet voor! |
| A. |
Heus, de hel bestaat echt. En voor allen, die de Heere Jezus Christus
niet als hun Zaligmaker kennen, staan de zaken er inderdaad héél slecht
voor. Er zijn in de Bijbel veel aanduidingen die te kennen geven dat de
hel eeuwig is en in een voortdurend lijden bestaat.
En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek
des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs. Openbaring
20:15
Zó zal het gaan bij de voleinding der wereld. De engelen zullen uitgaan
om de bozen uit het midden der rechtvaardigen af te zonderen, en zij zullen
hen in de vurige oven werpen; daar zal geween zijn en het tandengeknars.
Matthéüs 13:49-50
... bij de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen
zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God
niet kennen en het evangelie van onze Heere Jezus niet gehoorzamen. Deze
zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heeren
en van de heerlijkheid zijner sterkte. II Thessalonicensen 1:7-9
|
| |
|
| V. |
Maar dat is afschuwelijk! Waarom heeft God een hel geschapen?
|
| A. |
De hel is inderdaad afschuwelijk en het bestaat, omdat God de mens
geschapen heeft om voor al zijn doen en laten aan Hem verantwoordelijk
te zijn en Gods volmaakte gerechtigheid eist betaling voor zonden.
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood. Romeinen 6:23
Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden,
opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat
hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. II Corinthiërs 5:10
Maar Ik zeg u: Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken,
zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels. Matthéüs 12:36
|
| |
|
| V. |
Betekent dit, dat aan het einde van de wereld iedereen weer uit
de dood opgewekt zal worden, om na het oordeel naar de hel gezonden te
worden? |
| A. |
Juist, zo is het. Tenzij wij een plaatsvervanger kunnen vinden, die
voor ons de straf van eeuwige verdoemenis voor onze zonden kan dragen.
Deze plaatsvervanger is God Zelf, die als Jezus Christus op aarde kwam
om de toorn van God op Zich te nemen voor allen, die in Hem zouden geloven.
Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen
weg, maar de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.
Jesaja 53:6
Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden
verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door
zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53:5
Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen
heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij
is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften. I
Corinthiërs 15:3-4
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. II Corinthiërs
5:21 |
| |
|
| V. |
Wil dit zeggen, dat wanneer ik op Christus als mijn plaatsvervanger
vertrouw, die voor al mijn zonden gestraft werd, ik me niet langer over
de hel ongerust hoef te maken? |
| A. |
Ja, precies! Als ik in Christus als mijn Zaligmaker geloof, dan is
het alsof ik reeds voor de rechterstoel van God gestaan heb. Christus
heeft reeds in mijn plaats voor al mijn zonden geboet.
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam
is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. Johannes
3:36 |
| |
|
| V. |
Maar wat betekent het eigenlijk om in Hem te geloven? Als ik het
eens ben met wat er in de Bijbel over de Christus als Zaligmaker staat,
ben ik dan van de hel verlost? |
| A. |
In Christus geloven betekent veel meer dan alleen met ons verstand
met de waarheid van de Bijbel in te stemmen. Het betekent, dat wij ons
met heel ons leven op Hem verlaten. Het betekent, dat wij alle terreinen
van ons leven aan de waarheden van de Bijbel toevertrouwen. Het betekent,
dat wij ons van onze zonden gaan afkeren en Christus als onze Heer gaan
dienen.
Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de één haten en de
andere liefhebben, òf zich aan de één hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen èn Mammon. Matthéüs 6:24
Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden,
opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heeren.
Handelingen 3:19 |
| |
|
| V. |
Bedoelt u dan, dat de enige manier om de hel te ontkomen is door
Jezus alléén? En andere godsdiensten dan? Komen hun aanhangers ook in
de hel? |
| A. |
Ja zeker! Zij kunnen het feit niet ontlopen, dat God ons voor onze
zonden aansprakelijk stelt. Volgelingen van andere godsdiensten kunnen
zich van geen plaatsvervanger voorzien, die de straf voor hun zonden zou
kunnen dragen. Christus alléén kan onze schulden op Zich nemen en ons
verlossen.
En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel
geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.
Handelingen 4:12
Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand
komt tot de Vader dan door Mij. Johannes 14:6
Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om
ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
I Johannes 1:9 |
| |
|
| V. |
Staat er niet in de Bijbel, dat ik geregeld naar de kerk moet gaan
en gedoopt moet zijn? Kunnen deze dingen mij behouden? |
| A. |
Als het enigszins mogelijk is, moeten wij deze dingen doen, maar ze
kunnen ons niet verlossen. Geen enkel goed werk kan voor ons de verlossing
waarborgen. Verlossing is Gods soevereine genadegave, naar zijn barmhartigheid
en welbehagen geschonken. Verlossing is: Niet uit werken, opdat niemand
roeme. Efeze 2:9 |
| |
|
| V. |
Nu ben ik toch doodsbenauwd. Ik wil niet in de hel terecht komen.
Wat moet ik doen? |
| A. |
U moet niet vergeten, dat God de enige is die u kan helpen. U moet
zich volkomen aan zijn barmhartige genade overgeven. Nu u uw hopeloze
toestand als zondaar inziet, kunt u tot Hem uitroepen om behoudenis.
De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen
naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zei: O God, wees mij,
zondaar, genadig! Lucas 18:13
Heeren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel
uw vertrouwen op de Heere Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw
huis. Handelingen 16:30-31
Want: al wie de naam des Heeren aanroept, zal behouden worden.
Romeinen 10:13 |
| |
|
| V. |
Hoe kan ik in Christus geloven, terwijl ik zo weinig van Hem weet?
|
| A. |
Het grote wonder is, dat God door bemiddeling van de Heere Jezus ons
niet alleen verlossing schenkt, maar ons ook het geloof geeft om in Hem
te geloven. U kunt God smeken, dat Hij u dat geloof in Jezus Christus
als uw Zaligmaker geeft.
Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit
uzelf: het is een gave van God. Efeze 2:8
Voornamelijk door middel van de Bijbel werkt God dat geloof in ons. Dus,
als u het echt meent met God en verlossing verlangt, dan moet u van elke
gelegenheid gebruik maken om naar de Bijbel te luisteren en erin te lezen.
Want alleen de Bíjbel is het Woord van God.
In deze brochure zijn alle Bijbelverzen cursief gedrukt. Schenk
er met uw hele hart aandacht aan.
Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van
Christus. Romeinen 10:17 |
| |
|
| V. |
Bedoelt u, dat ik alles aan God moet overgeven? |
| A. |
Ja zeker. God verlangt, dat wij heel nederig tot Hem komen; dat wij
onze zondigheid en onze hulpeloosheid erkennen, en ons vertrouwen volkomen
op Hem stellen.
... luidt het woord des HEEREN; Op zulken sla Ik acht: op de ellendige,
de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft. Jesaja 66:2b
Omdat wij van nature zondaren zijn, houden wij van onze zonden. Daarom
moeten wij beginnen met God te smeken om ons een intense afschuw voor
onze zonden te geven. En als wij oprecht die verlossing verlangen, dan
beginnen wij onze zonden de rug toe te keren, waarin God ons ook versterkt.
Wij weten dat wij om onze zonden in de hel komen.
God heeft in de eerste plaats voor u zijn Knecht doen opstaan en Hem
tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer af te brengen van
zijn boosheden. Handelingen 3:26 |
| |
|
| V. |
Ik weet nog niet precies of ik daartoe bereid ben. Ik moet er eerst
nog eens over denken. |
| A. |
Het is mogelijk, dat u daarvoor geen tijd meer hebt. Ten eerste kan
er iets met u gebeuren en weet u niet of u tot morgen leven zal. Wat God
tegen de man zei, die op de dingen van deze wereld vertrouwde, zou Hij
ook tegen u kunnen zeggen:
Gij dwaas, in deze nacht wordt uw ziel van u afgeëist. Lucas
12:20
Ten tweede wijst de Bijbel er ook op, dat het einde van de wereld spoedig
komen zal.
Nabij is de grote dag des HEEREN, nabij en hij nadert haastig. Hoort,
de dag des HEEREN; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van
verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst ... Zefanja
1:14-15
Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heeren is
nabij. Jacobus 5:8 |
| |
|
| V. |
Is de dag van Gods toorn en oordeel echt nabij? Is het eigenlijk
mogelijk om te weten hoe dicht wij bij het einde van de wereld zijn?
|
| A. |
Ja, het is heel dichtbij! God verschaft ons in de Bijbel veel gegevens
die erop wijzen dat wij heel dicht voor het einde van de wereld zijn.
En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten
verkillen ... En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld
gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde
gekomen zijn. Matthéüs 24:12,14
Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij
zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook
de uitverkorenen zouden verleiden. Matthéüs 24:24 |
| |
|
| V. |
Behalve het feit dat aan het einde van de wereld de tijd voor de
Dag des Oordeels aangebroken is, wat zal er nog meer gebeuren? |
| A. |
Allen, die in Jezus als hun Zaligmaker geloofd hebben, zullen van gedaante
veranderen en in hun eeuwig, verheerlijkt lichaam altijd bij Christus
zijn.
Want de Heere zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel
en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij,
die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen
wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk
weggevoerd worden, de Heere tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd
met de Heere wezen. I Thessalonicensen 4:16-17
God zal ook de hele wereld met vuur vernietigen en nieuwe hemelen en een
nieuwe aarde scheppen, waar Christus met zijn gelovigen voor altijd heersen
zal.
Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht, in welke
de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden
zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden
... Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe
aarde, in dewelke gerechtigheid woont. 2 Petrus 3:10, 13 (St.
Vert) |
| |
|
| V. |
Waarom geeft God ons deze waarschuwing? |
| A. |
Net zoals God de bewoners van de oude stad Ninevé waarschuwde, dat
Hij van plan was die grote stad te verwoesten, en dat Hij hun nog veertig
dagen respijt gaf, zo waarschuwt de Bijbel ons eveneens, dat het einde
dichtbij is.
En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis, en hij predikte en
zei: Nog veertig dagen, dan zal Ninevé worden omgekeerd. Jona
3:4 |
| |
|
| V. |
En hoe reageerden de mensen van Ninevé? |
| A. |
Van het gewone volk af tot de koning toe, vernederden zij zich voor
God, bekeerden zij zich van hun zonden en deden beroep op Gods barmhartigheid.
De koning zei:
Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht
tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het
onrecht dat aan hun handen kleeft. Wie weet, God mocht Zich omkeren en
berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te
gronde gaan. Jona 3:8-9 |
| |
|
| V. |
Verhoorde God hun gebeden? |
| A. |
Ja, heel veel mensen werden door God behouden. |
| |
|
| V. |
Kan ik nog beroep doen op Gods barmhartigheid om niet veroordeeld
te worden? |
| A. |
Ja, er is nog steeds tijd om verlost te worden, hoewel de tijd heel
erg kort is.
Zoekt de HEERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl
Hij nabij is. Jesaja 55:6
Hoe zullen wíj dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk
een heil, dat allereerst verkondigd is door de Heere, en door hen, die
het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd. Hebreën
2:3
Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats
is in God. Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit
voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats. Sela Psalm
62:8-9 |