7. LICHAAM VAN CHRISTUS

Als de kerk naar haar wezen het lichaam van Christus is, heeft dat meer consequenties. Gemeente-zijn is meer dan op zondag tweemaal een preek "consumeren". In de eerste plaats ligt daarin de onderlinge betrokkenheid van de gemeenteleden. Als één lidt lijdt, lijden alle leden mee. Het lijden van het minste lid, is het lijden van het hele lichaam. Zo mag van gemeenteleden worden verwacht dat zij op elkaar zijn betrokken in blijde en droeve dagen. Het bezoeken van weduwen en wezen kan niet worden uitbesteed aan een ambtsdrager, maar is de roeping van allen in de gemeente (Jac. 1:27). Het kan wel nodig zijn dit meer te stroomlijnen. In de voorbede krijgen bijzondere noden van de gemeente ook een uitdrukkelijke plaats. Vooral zal de onderlinge betrokkenheid zijn gericht op de geestelijke dimensie van de gemeente.

Door de grootte van de gemeente staat dit aspect onder druk. Het heeft onze voortdurende aandacht om hierin verbetering te brengen. Eén van de manieren om dit te doen, is duidelijker te denken vanuit de verschillende wijken van de gemeente. Elke ouderling gaat alleen op bezoek in zijn eigen wijk, om meer in de diepte te kunnen werken.



diaconie

In dit kader functioneert ook de diaconie. Dit lichaam is bedoeld om gemeenteleden in nood bij te staan. Niet alleen in financiële noden, maar ook in andere maatschappelijke en psychische problemen. We zijn daarbij niet alleen betrokken op de gemeente zelf, maar we ondersteunen ook hulpverlenende instanties. Als gemeente hebben we plaatselijk een systeem opgestart waarbij gemeenteleden elkaar onderling willen helpen en bijstaan. Vrijwilligers melden zich aan en stellen zich zo beschikbaar. Ieder die moeilijk uit de voeten kan, kan hierop een beroep doen. We hopen op deze wijze de onderlinge betrokkenheid van de gemeente te vergroten. Het is onze hoop dat op deze wijze ook naar buiten straalt: "Ziet, hoe lief zij elkaar hebben".

De gemeente als lichaam van Christus heeft ook een roeping naar de omgeving. De gezindheid van Christus mag aan de gemeente herkenbaar zijn. Hij is uit de hemel gekomen en heeft alle rijkdom afgelegd om het goede voor anderen te zoeken (2 Kor. 8:9). Hij ging het land door en deed wel aan ieder. Hij was daarbij niet berekenend, maar onbaatzuchtig. De Heere doet wel aan rechtvaardigen en onrechtvaardigen. De zon schijnt niet alleen over Zijn kinderen, maar ook over Zijn vijanden (Matth. 5:45).

Het is een taak van alle afzonderlijke gemeenteleden dat zij een goed gerucht van God en Zijn dienst verspreiden. Dat neemt niet weg dat we ook als gemeente in haar geheel deze roeping verstaan. Wij geven daar uitdrukking aan doordat we onkerkelijke gemeenteleden blijven bezoeken op huisbezoek en op verzoek bij een begrafenis het Woord van God uitdragen. Ook zijn wij voor de niet-meelevende gemeenteleden altijd bereikbaar. Vooral het huisbezoek is tijdrovend en gaat ten koste van de meelevende kern van de gemeente. Juist omdat we menen dat hier een roeping voor de gemeente ligt, volharden we hierin. We blijven ons bezinnen op de vraag hoe wij de randkerkelijken van de gemeente beter kunnen bereiken. Misschien is het een mogelijkheid om in kleinere groepen onder leiding van de wijkouderling iets te doen aan bijbelstudie?

In de gemeente van Antiochie hoorde men van de profeet Agabus dat er honger zou komen over heel de wereld (Hand. 11:28-30). Men is toen niet gaan hamsteren voor zichzelf, maar dacht eerst aan de gemeente van Jeruzalem. De christenen daar behoorden vooral tot de armen. Zij zouden vooral in nood komen. Voordat de honger aanbrak, had men reeds gaven gegeven. Het is zaliger te geven dan te ontvangen (Hand. 20:35). Zo weten wij ons via de diaconie verantwoordelijk voor christenen in de hele wereld. Naast stichtingen die we steunen, hebben we hier heel concreet uitdrukking aan gegeven door de kerkbouw voor de gemeente van Chisilea Mare in Moldavië voor onze rekening te nemen. Jaarlijks houden we in de tijd van de reformatie-herdenkingen een psalmzangavond om met de collecte-opbrengst deze gemeenschap door de winter te helpen.



uitstraling

Een andere manier waarop wij uitdrukking willen geven aan de dienende liefde van Christus is het evangelisatiewerk onder rand- en onkerkelijken. Het "succes" staat daarbij niet voorop, maar de roeping. We hebben inmiddels enige acties ondernomen. Rondom begrafenissen bieden we de familie en de aanwezigen in de rouwdienst een boekje aan met de titel "Rondom de dood". Hierin staan zowel dingen die betrekking hebben op de verwerking van het verlies alsmede de laatste vragen van het leven. Verder valt ook te denken aan fruitbakjes met een dagboekje aan het einde van het jaar voor zieken en bejaarden.

Graag zouden we als gemeente op dit terrein plaatselijk wat meer betekenen. We weten van een gemeente in Grand Rapids die gevangenen bezoekt en steun verleent aan de gezinnen van deze mensen. We weten van een gemeente in Cluj en Komarno die vanuit een kerkelijke keuken eten geven aan de armsten van de stad. Wij verkeren in een andere situatie. Toch zou het goed zijn dat we als gemeente iets betekenen voor mensen in nood in ons dorp. We onderzoeken momenteel of het mogelijk is met de burgerlijke gemeente iets op te zetten om mensen die buiten alle sociale wetten vallen, te ondersteunen.

Als gemeente staan we open voor ieder die de kerkdienst bij wil wonen. Van de gemeenteleden mag ook worden verwacht dat ze hier een open oog voor hebben. Het moet geen probleem zijn als gasten niet aan onze identiteit voldoen. We kijken hen niet met een uitdrukking van "wat moet die hier?". Laat er een warme belangstelling en hulpvaardigheid bestaan bij het zoeken naar een plaats en ook na afloop van de dienst. Het kan geen kwaad om een gast uit te nodigen voor een kopje koffie. Al te vaak knappen gasten af op een kille sfeer in de gemeente. Er mag warmte en hartelijkheid van ons afstralen. We zijn laagdrempelig voor randkerkelijken.