3. KERKLEER
De uitdrukking "lichaam van Christus" is niet alleen een beeld, maar ook de werkelijkheid voor de kerk. Christus wordt niet gerepresenteerd door ambtsdragers, maar Hij is Zelf tegenwoordig in de ambtelijke bediening van het Woord. Christus neemt vlees en bloed aan in de Zijnen door Zijn Geest. Al de gelovigen zijn met elkaar verbonden in geloof en liefde. Christus is de ziel van dat wereldwijde lichaam. Velen hebben de volkskerk afgeschreven, maar met alle misstanden mogen we de kerk nochtans zo blijven zien. Dat is niet een zaak die voor het opscheppen ligt, maar door het geloof mogen we zo tegen de gemeente aankijken. Dat geeft ons geduld met en liefde voor de kerk in al haar ongestalten. Tegelijk is het geen vrijblijvende zaak om lid van Christus' lichaam te zijn!
Wij weten ons verbonden met de kerk van God van alle tijden. We zijn wars van bekrompenheid. We willen gaan in het spoor van de ene heilige katholieke kerk. Wij huiveren ervoor om in partijschappen te vervallen en een bepaalde theoloog te claimen. Wij zeggen niet dat wij van Augustinus of van Kersten zijn, maar we draaien het om: Augustinus, Calvijn, Owen, Van der Groe, Kohlbrugge, Kuyper, Kersten en Bonhoeffer zijn van ons. Zo verstaan we met alle heiligen de lengte, hoogte en breedte van de diepte van Christus' liefde (Ef. 3:18). We kijken niet wie iets zegt, maar we wegen wat iemand zegt. In beginsel staat de kansel open voor hen die in deze katholiek-gereformeerde-bevindelijke traditie staan. Om Gods wereldwijde kerk in het oog te houden, onderhouden we graag nationaal en internationaal contacten. Al blijft kerkelijke gemeenschap moeilijk, we hebben er oog voor dat God bijvoorbeeld ook bij baptisten werkt. Daar is immers dezelfde Christus.
de ziel van de kerk
Hoe kunnen we de kerk kennen? Wat de ziel is voor het lichaam, is de leer voor de kerk. De eerste christengemeente kenmerkte zich niet in de eerste plaats door emotionele uitbarstingen van lof en liefde, maar door het volharden in de leer (Hand. 2:42). Deze benadering is niet populair. Velen vinden ethiek veel belangrijker dan dogmatiek. Anderen zien het kenmerk van de kerk in het feit dat ze een volksbeweging is. Wij geloven dat de kerk in de eerste plaats herkenbaar is aan haar leer.
Als hervormde gemeente van Opheusden weten wij ons gebonden aan de drie katholieke belijdenisgeschriften (apostolische geloofsbelijdenis, geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius) alsmede de vier reformatorische confessies (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelberger Catechismus, de Dordtse Leerregels en de catechismus van Geneve) van de Nederlandse Hervormde Kerk. Wij zijn op deze belijdenisgeschriften ook aanspreekbaar.
Bovengenoemde binding aan de grondslag van de Nederlandse Hervormde Kerk betekent dat wij van overtuiging zijn dat de daarin verwoorde geloofstaal niets aan actualiteit heeft verloren. Hoewel culturen veranderen, is God dezelfde. Gods Woord en Gods wet zijn niet zoals de techniek aan ontwikkeling onderhevig. Dat is ook een reden dat wij ons verbonden weten met de kerk van alle eeuwen. Zonder de ontwikkelingen van de eeuwen te loochenen, geloven wij dat de constanten in de wereldgeschiedenis groter zijn. Staande in de concrete situatie is de aloude boodschap van Gods Woord elke dag weer nieuw.
We hebben geduld met de kerk in haar gebreken en ingezonkenheid, maar we mogen geen compromis sluiten met betrekking tot de leer. Dat staat gelijk aan het verloochenen van de Koning van de kerk. De christenen in de Vroege Kerk mochten alles geloven wat zij wilden, zolang zij maar offerden aan de keizer. Zij konden dat echter niet. Niet de keizer van Rome was hun heer, maar Christus was hun Heere. Zij weigerden zelfs om ook maar drie wierookkorrels op het altaar van de keizer te offeren. De leer van onze Nederlandse Hervormde Kerk is haar identiteit. Daar hebben ook martelaren hun leven voor gegeven.
De Nederlandse Hervormde Kerk is zeer ingezonken. Vrijzinnigheid is in de kerk geslopen. Onbijbelse praktijken worden goedgepraat. De reden dat we nog steeds tot deze kerk behoren, is dat haar officiële leer nog altijd bijbels en gereformeerd is. Wij mogen de kerk niet beoordelen op wat sommige predikanten zeggen, of zelfs niet op datgene wat een synode verklaart, maar wij moeten een kerk in de eerste plaats beoordelen op haar papieren; de symbolische geschriften. Die vormen voor ons de Christus-belijdenis.
Sommigen menen dat deze confessie ver af staat van het geestelijk karakter van de kerk. De kerk als het lichaam van Christus zou veel meer zijn dan wat juridische formuleringen. Wij menen dat we deze dingen niet tegen elkaar mogen uitspelen. Bovendien is de leer niet een dor iets, maar deze wordt doorleefd. De leer van de kerk is als het geraamte van een lichaam; het geeft stevigheid en stabiliteit. Een lichaam zonder geraamte stort in elkaar en heeft geen bestaanskracht.
Anderen zoeken het wezen van de kerk in de ware kinderen en knechten van God. Zolang er nog van deze mensen zijn, vertoont de kerk de kenmerken van de ware kerk, zo denkt men. Op deze wijze leggen wij teveel nadruk op de bekeerde mens en te weinig op de leer van Gods Woord. Alle hoogachting voor bevinding kan betekenen dat we het uiterlijke Woord te gering achten.
Met een beroep op Jezus' ontferming over de schare, achten velen het wezenlijk voor de kerk dat zij volkskerk is en de grootste hoeveelheid mensen in zich heeft. Het is inderdaad zo dat de kerk bewogen dient te zijn met het volk en de wereld. Als deze bewogenheid ontbreekt, is er iets grondig mis. Dat betekent echter niet dat het massale een kenmerk is van de kerk. Ten eerste geeft dit blijk van gebrek aan katholiciteit; er is geen land en geen tijd waarin dit is verdedigd. Bovendien dienen we te bedenken dat de kerk (in de eindtijd) kan minimaliseren tot een "klein kuddeke".
Bovengenoemde lijnen betekenen voor ons dat wij niet mee kunnen gaan in een kerkelijke vereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Evangelisch-Lutherse Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland indien de grondslag niet gereformeerd is. Wij verwerpen de toenemende synodale overheersing in onze kerk en we verdedigen de presbyteriaal-synodale structuur. Als plaatselijke gemeente (=kerkenraad) toetsen wij de besluiten van de synode. Wij hebben Gode meer gehoorzaam te zijn dan de mensen.